Biocontrol T34 - biologisch fungicide middel
Biocontrol T34 is een microbiologisch ecologisch fungicide in poedervorm voor het bereiden van een waterige suspensie (WP), met sporen van de schimmel Trichoderma asperellum stam T34 (120 g/kg, 12%).
- Gewicht
- 250 g
Momenteel niet beschikbaar
Beschrijving
Biocontrol T34 - ecologisch fungicide
Voordelen van het product Biocontrol T34:
- Beschermt op natuurlijke wijze gewassen tegen Fusarium spp. en Pythium spp. pathogenen, en daarmee tegen de belangrijkste plantenziekten,
- Werkt als groeistimulator en biofungicide,
- Koloniseert direct na toepassing snel de rhizosfeer en beschermt het gehele wortelstelsel,
- Breed toepasbaar - geschikt voor tuinbouw-, fruitteelt-, groenteteelt en in kwekerijen,
- Hoog geconcentreerd,
- Garandeert gezonde, kwalitatieve opbrengsten,
- Verhoogt de opbrengst,
- Bijzonder aanbevolen voor de biologische landbouw,
- Laat geen residuen achter,
- De werkzame stof vertoont geen resistentieontwikkeling.
Biocontrol T34 is een microbiologisch fungicide. Het wordt geleverd als poeder voor het bereiden van een waterige suspensie (WP). De werkzame stof zijn sporen van de schimmel Trichoderma asperellum stam T34, een biologisch, natuurlijk, veilig, duurzaam en veelzijdig fungicide. Het middel wordt preventief toegepast om gewassen te beschermen tegen Fusarium spp. en Pythium spp. pathogenen vanwege het vermogen om het substraat en de wortelzone van planten te koloniseren. Biocontrol T34 beperkt de aanwezigheid van Fusarium spp. en Pythium spp. pathogenen door concurrentie om ruimte en voedingsstoffen in de wortelzone en kan parasiteren op plantpathogene schimmels.
Biocontrol T34 is een innovatief product dat al 15 jaar wordt ontwikkeld door Biocontrol Technologies, S.L., een spin-off bedrijf van de Universiteit van Barcelona. Het is geregistreerd als biologisch gewasbeschermingsmiddel in meer dan 20 landen. De werking is bevestigd tegen meer dan 30 pathogenen.
Het middel is bedoeld voor professioneel gebruik met kas- of handspuiten, irrigatiesystemen, en door worteldompeling in de oplossing.
Natuurlijke fungicide Biocontrol T34 - inhoud werkzame stof:
- Trichoderma asperellum stam T34 (werkzame stof uit de groep biologische fungiciden) 120 g/kg (12%).
T34 is geïsoleerd uit compost als een natuurlijke bestrijder (groeiremming) van de pathogeen Fusarium oxysporum. De compost bestond uit een mengsel van stedelijk afval, rioolslib en plantaardig tuinafval. Veiligheidsonderzoeken bevestigden de veiligheid van het middel.
Onderzoeken:
- ecotoxicologisch: algen, waterplanten, plankton, regenboogforel, kwartel, regenwormen, honingbijen, Predatori acari, vliesvleugeligen,
- toxischologisch: ratten/marters: inhalatie, dermatologische tests, oogonderzoek, intraperitoneale tests, allergietests.
Werking van Biocontrol T34:
Werking tegen pathogenen:
- Vormt een fysieke barrière.
- Concurreert om ruimte en voedingsstoffen. Kenmerkt zich door snelle groei, wat het leven van pathogenen bemoeilijkt.
- Koloniseert en parasiteert direct op meerdere pathogeen soorten. Bestrijdt deze zonder resistentie te veroorzaken.
- Produceert actieve stoffen die de groei en ontwikkeling van pathogenen beperken.
Werking op de plant:
- Activeert geïnduceerde systemische weerstand (ISR) mechanismen in planten (werkt als een vaccin), waardoor de afweermechanismen van de plant sneller en effectiever worden.
- Versnelt wortelgroei, waardoor de opname van voedingsstoffen toeneemt.
- Bevordert plantengroei en biomassa-toename.
Welke schimmelziekten beschermt Biocontrol T34 tegen:
- Fusariumverwelking van anjer (beperking van voorkomen),
- Zaailingrot en wortelrot veroorzaakt door Pythium sp. (beperking van voorkomen).
Kleine oppervlakten:
- Zaailing- en stekrot veroorzaakt door Fusarium spp., Pythium spp.,
- Wortelrot veroorzaakt door Fusarium spp., Pythium spp.,
- Zachte wortelrot,
- Fusariose.
In welke gewassen kan het natuurlijke middel Biocontrol T34 worden toegepast:
- Anjers (Dianthus spp.) (onder glas in kassen),
- Tomaat, paprika, aubergine (onder glas in kassen).
Kleine oppervlakten:
- Bos- en sierplanten gekweekt in containers en potten (onder glas in kassen),
- Groenten geteeld voor jonge bladeren, basilicum, bonenkruid, engelwortel, dragon, hyssop, komijn, koriander, kleine bloedwortel, anijswortel, citroenmelisse, waterkers, tuinkers, lentemosterd, lavas, marjolein, munt, oregano, rozemarijn, salie, bladselderij, tijm, laurier (onder glas in kassen),
- Andijvie, tuinkervel, venkel, witlof, mosterdsarepta, bladpeterselie, postelein, veldsla, rucola, sla, bieslook, spinazie, courgette voor eetbare bloemen, pompoen voor eetbare bloemen, patisson voor eetbare bloemen (onder glas in kassen),
- Broccoli, spruitkool, witte kool, rode kool, savooiekool, pekinge kool, Chinese kool, choy sum kool, bloemkool, boerenkool, koolrabi (onder glas in kassen),
- Courgette, pompoen, komkommer, augurk, meloen, eetbare reuzenpompoen (onder glas in kassen),
- Blauwe bes, zwarte aalbes, rode aalbes, kruisbes, braam, framboos-braam, framboos, vlierbes, bosbes, cranberry, moerbei, wilde roos voor eetbare vruchten (onder glas in kassen),
- Aardbei (onder glas in kassen),
- Groenten (kool, gewone broccoli, bloemkool, koolrabi, kropsla, bladsla, veldsla, rucola, ui, knoflook, prei, sjalot, courgette, courgette voor eetbare bloemen, eetbare reuzenpompoen, pompoen, pompoen voor eetbare bloemen, komkommer, gewone boon, suikererwt, rode biet, rode biet voor bladgroente, wortel, bladpeterselie, knolselderij, mierikswortel, radijs, tomaat, paprika, aubergine, bladselderij, stengelselderij, asperge) (veldteelt),
- Blauwe bes, framboos (veldteelt),
- Fruitkwekerijplanten (veldteelt),
- Vezelhennep (veldteelt),
- Kruidenplanten (veldteelt),
- Bosplanten, herbeplanting, bebossing en zaaiplantages van bosbomen (veldteelt),
- Sierplanten (veldteelt),
- Sierplanten in kwekerijen (veldteelt).
Biocontrol T34 - dosering:
Voorbeeld doseringen zijn te vinden in de sectie Dosering. De doseringen zijn gebaseerd op een rijafstand van 50 cm en een zaai-/plantdiepte van 2,5 cm (in substraat) of 5 cm (in grond), wat een maximale dosering van 500 g geformuleerd product/ha oplevert.
Ecologisch fungicide Biocontrol T34 - veiligheidstermijn en preventietermijn:
Veiligheidstermijn - periode vanaf de laatste toepassing tot de oogstdag van het gewas:
- Niet van toepassing.
Preventietermijn - periode vanaf toepassing tot het moment dat mensen en dieren het behandelde gebied mogen betreden:
- Niet van toepassing.
Biofungicide Biocontrol T34 - voorbereiding van de spuitvloeistof:
De waterige suspensie wordt toegepast door sproeien, dompelen, druppelirrigatie of mengen met het teeltmedium. Reinig het applicatieapparaat grondig voor gebruik om residuen van eerdere producten, inclusief gewasbeschermingsmiddelen, te verwijderen. Meng het middel eerst met een kleine hoeveelheid water (bijv. 1 liter), meng goed tot een homogene suspensie en verdun vervolgens tot de gewenste concentratie. Bij gebruik via irrigatiesystemen altijd toepassen bij de voorlaatste irrigatie van de dag om uitspoeling te minimaliseren. Na openen direct gebruiken.
Biocontrol T34 - gebruiksaanwijzing:
- Voor optimaal resultaat meerdere toepassingen in hetzelfde gewas vanaf de vermeerderingsfase volgens het etiket toepassen.
- Toepassen met aanbevolen tussenpozen om het schimmelpopulatie in het substraat op peil te houden, vooral bij herplanten. Na andere behandelingen zoals sterilisatie, fumigatie, solarisatie of biofumigatie het aanbevolen wachttijd aanhouden voor toepassing.
- Niet mengen met andere producten, inclusief gewasbeschermingsmiddelen of vloeibare meststoffen. Effecten van andere middelen voor of na toepassing op de werkzaamheid zijn niet volledig bekend. Sommige middelen, vooral fungiciden, kunnen de werking negatief beïnvloeden.
- Veiligheid is getest op een beperkt aantal anjersoorten (Dianthus spp.). Hoewel schade aan andere rassen bij correct gebruik onwaarschijnlijk is, wordt aanbevolen het product eerst op een kleine groep planten van een nieuw ras te testen.
- Effectiviteit tegen fusariumverwelking is aangetoond op diverse substraten zoals veen, kokosvezel en steenwol. Bij gebruik op ongebruikelijke substraten of nieuwe substraten dan veen, steenwol of vezel, eerst testen. Vanwege mogelijke fitotoxiciteit op sommige rassen of ongebruikelijke substraten, eerst proefbehandeling uitvoeren of contact opnemen met adviseur of vergunninghouder.
- Toepassing alleen in situaties met "volledige beveiliging" zoals kasconstructie met boven- en zijbarrières onder grondniveau, die jarenlang aanwezig en onderhouden worden. Neem maatregelen om toegang van vogels, zoogdieren en bijen tot het behandelde gewas te voorkomen. Om luchtverontreiniging te minimaliseren moeten ventilatieopeningen, deuren en andere openingen gesloten blijven tijdens en na toepassing tot de spuitvloeistof volledig is opgedroogd op planten of grond.
Let op! Gebruik gewasbeschermingsmiddelen veilig. Lees voor elk gebruik het etiket en productinformatie.
De koper verklaart te voldoen aan de voorwaarden genoemd in artikel 25 lid 3 punt 5 van de wet van 8 maart 2013 betreffende gewasbeschermingsmiddelen en beschikt over de vereiste opleiding voor professioneel gebruik. Lees voor elk gebruik het etiket en productinformatie. Let op risico-instructies. Volg veiligheidsvoorschriften op het etiket. Gewasbeschermingsmiddelen mogen alleen worden gekocht door meerderjarigen en personen met de vereiste opleiding en kwalificaties (artikel 28 van de wet van 8 maart 2013 met wijzigingen). Gebruik gewasbeschermingsmiddelen zo dat er geen gevaar is voor mens, dier en milieu. De koper moet nuchter zijn. Door te kopen verklaart u aan deze voorwaarden te voldoen.
Toepassing en dosering
|
Gewas |
Bestrijding van schadelijke organismen |
Toepassing en dosering |
|---|---|---|
|
Aardappel |
Aardappelrhizoctonia |
Maximale / aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,25 kg/ha. |
|
Voederbiet, koolraap, wortel, pastinaak, sla, knolpeterselie (veldteelt) |
Rhizoctonia |
Maximale / aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,25 kg/ha. |
|
Aardbei, framboos, blauwe bes |
Aardbei - kroonrot, leerachtige vruchtrot |
Voor het verplanten wortels van stekken dompelen in een oplossing van het middel – dosering: 1 g middel / 1 l water (1 behandeling) |
|
Anjers (Dianthus spp.) (onder glas in kassen) |
Fusariumverwelking van anjer (beperking voorkomen) |
Middel toepassen op de volgende tijdstippen en doseringen (concentraties): Toepassingstijdstip: Voor zaaien of planten, middel mengen met substraat. Maximale / aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 10 g middel/ 1 m3 compost/grond. Aanbevolen waterhoeveelheid: 0,1 l/ 1 l substraat. Aantal behandelingen: 1 of Toepassingstijdstip: middel toepassen voor of direct na zaaien of planten van bewortelde stekken. Maximale / aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,5 g middel/ 1 m2. Aanbevolen waterhoeveelheid: 0,1 l/ 1 l substraat. Aantal behandelingen: 1 en/of Toepassingstijdstip: Voor planten wortels van stekken dompelen in een oplossing van het middel. Maximale / aanbevolen concentratie voor eenmalige toepassing: 0,01 g middel/ 1 l water. Aantal behandelingen: 1 en/of Toepassingstijdstip: Tijdens teelt in containers middel toepassen via irrigatiesysteem. Maximale / aanbevolen concentratie voor eenmalige toepassing: 0,005 g middel/ l compost. Aanbevolen waterhoeveelheid: 0,1 l/ 1 l substraat. Aantal behandelingen: 6 Interval tussen behandelingen: 60-90 dagen. Maximaal aantal behandelingen per groeiseizoen: 8 Let op: Voor optimaal resultaat meerdere toepassingen met maandelijkse tussenpozen vanaf de eerste productiefasen (zaaien, planten etc.). Toepassingswijze: 1. Mengen met substraat. Voor zaaien, bewortelen of planten, toevoegen in dosering 10 g / 1 m3 substraat in oplossing van 10 g middel/100 l water en toepassen 0,1 l oplossing per 1 l substraatvolume. Voor tomaat, paprika en aubergine kan de effectiviteit verhoogd worden door een week tussen toepassing op substraat en planten/verplanten aan te houden. 2. Besproeien van substraat tijdens zaaien, verplanten etc. Middel toepassen door te sproeien in dosering 0,5 g per 1 m2 oppervlak (op 5 cm diepte) voor of direct na zaaien of planten. 3. Worteldompeling (alleen voor anjer) Voor planten wortels van stekken minimaal enkele uren of een nacht dompelen in waterige oplossing met 0,01 g middel/ 1 l water. 4. Irrigatie tijdens verplanten en teelt. Middel toepassen in basisdosering 10 g per 1000 potten (1 l inhoud). |
|
Tomaat, paprika, aubergine (onder glas in kassen) |
Zaailingrot en wortelrot veroorzaakt door Pythium sp. (beperking voorkomen) |
Middel toepassen op de volgende tijdstippen en doseringen (concentraties): Toepassingstijdstip: Voor zaaien of planten, middel mengen met substraat. Maximale / aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 10 g middel/ 1 m3 veen of grond. Aanbevolen waterhoeveelheid: 0,1 l/ 1 l substraat. Aantal behandelingen: 1 of Toepassingstijdstip: middel toepassen voor of direct na zaaien of planten van bewortelde stekken. Maximale / aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,5 g middel/ 1 m2. Aanbevolen waterhoeveelheid: 0,1 l/ 1 l substraat. Aantal behandelingen: 1 of Toepassingstijdstip: Voor planten of verplanten, middel mengen met substraat. Maximale / aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 10 g middel/ 1 m3 veen of grond. Aantal behandelingen: 1 en/of Toepassingstijdstip: Tijdens teelt in containers middel toepassen via irrigatiesysteem. Maximale / aanbevolen concentratie voor eenmalige toepassing: 0,01 g middel/1 l veen of grond. Middel kan ook in gesplitste dosering worden toegepast – twee behandelingen met een week interval van 0,005 g / 1 l veen of grond. Aanbevolen waterhoeveelheid: 0,1 l/ 1 l substraat. Aantal behandelingen: 3 Interval tussen behandelingen: 60-90 dagen. Maximaal aantal behandelingen per groeiseizoen: 3. Let op: Middel maximaal drie keer toepassen in het teeltseizoen van tomaat, paprika en aubergine inclusief zaaien/planten, verplanten en vaste teelt. Toepassingswijze: 1. Mengen met substraat. Voor zaaien, bewortelen of planten, toevoegen in dosering 10 g / 1 m3 substraat in oplossing van 10 g middel/100 l water en toepassen 0,1 l oplossing per 1 l substraatvolume. Voor tomaat, paprika en aubergine kan de effectiviteit verhoogd worden door een week tussen toepassing op substraat en planten/verplanten aan te houden. 2. Besproeien van substraat tijdens zaaien, verplanten etc. Middel toepassen door te sproeien in dosering 0,5 g per 1 m2 oppervlak (op 5 cm diepte) voor of direct na zaaien of planten. 3. Worteldompeling (alleen voor anjer) Voor planten wortels van stekken minimaal enkele uren of een nacht dompelen in waterige oplossing met 0,01 g middel/ 1 l water. 4. Irrigatie tijdens verplanten en teelt. Middel toepassen in basisdosering 10 g per 1000 potten (1 l inhoud). |
|
Bosplanten, sierplanten in containers en potten (onder glas in kassen) - kleine oppervlakten |
Zaailing- en stekrot veroorzaakt door Fusarium spp., Pythium spp. |
Middel toepassen op de volgende tijdstippen en doseringen: 1. Voor zaaien, planten of verplanten van het gewas Maximale / aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 10 g middel/ 1 m3 substraat (veen of grond). Aanbevolen waterhoeveelheid: 0,1 l/ 1,0 l substraat. Aantal behandelingen: 1. Toepassingsmethode: mengen met substraat. of 2. Voor of direct na zaaien of planten van bewortelde stekken in multiplaten, potten, containers etc. Maximale / aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,5 g middel/ 1 m2 oppervlak. Aanbevolen waterhoeveelheid: 0,1 l/ 1,0 l substraat. Aantal behandelingen: 1. Toepassingsmethode: bespuiting van het oppervlak waar de containers met gezaaide of geplante gewassen staan. en/of 3. Na verplanten, tijdens teelt in containers – eenmalige behandeling Maximale / aanbevolen concentratie voor eenmalige toepassing: 0,01 g middel/1 l substraat (veen of grond). Aanbevolen waterhoeveelheid: 0,1 l/ 1,0 l substraat. Toepassingsmethode: irrigatiesysteem. – Gesplitste dosering Maximale / aanbevolen concentratie voor eenmalige toepassing: 0,005 g / 1 l substraat (veen of grond). Aanbevolen waterhoeveelheid: 0,1 l/ 1,0 l substraat. Aantal behandelingen: 2. Interval tussen behandelingen: minimaal 7 dagen. Toepassingsmethode: irrigatiesysteem. Maximaal aantal behandelingen per groeiseizoen: 3. |
|
Groenten geteeld voor jonge bladeren, basilicum, bonenkruid, engelwortel, dragon, hyssop, komijn, koriander, kleine bloedwortel, anijswortel, citroenmelisse, waterkers, tuinkers, lentemosterd, lavas, marjolein, munt, oregano, rozemarijn, salie, bladselderij, tijm, laurier (onder glas in kassen) |
Zaailing- en stekrot veroorzaakt door Fusarium spp., Pythium spp. |
Middel toepassen op de volgende tijdstippen en doseringen: 1. Voor zaaien, planten of verplanten van het gewas Maximale / aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 10 g middel/ 1 m3 substraat (veen of grond). Aanbevolen waterhoeveelheid: 0,1 l/ 1,0 l substraat. Aantal behandelingen: 1. Toepassingsmethode: mengen met substraat. of 2. Voor of direct na zaaien of planten van bewortelde stekken in multiplaten, potten, containers etc. Maximale / aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,5 g middel/ 1 m2 oppervlak. Aanbevolen waterhoeveelheid: 0,1 l/ 1,0 l substraat. Aantal behandelingen: 1. Toepassingsmethode: bespuiting van het oppervlak waar de containers met gezaaide of geplante gewassen staan. en/of 3. Na verplanten, tijdens teelt in containers – eenmalige behandeling Maximale / aanbevolen concentratie voor eenmalige toepassing: 0,01 g middel/1 l substraat (veen of grond). Aanbevolen waterhoeveelheid: 0,1 l/ 1 l substraat. Toepassingsmethode: irrigatiesysteem. – Gesplitste dosering Maximale / aanbevolen concentratie voor eenmalige toepassing: 0,005 g / 1 l substraat (veen of grond). Aanbevolen waterhoeveelheid: 0,1 l/ 1,0 l substraat. Aantal behandelingen: 2. Interval tussen behandelingen: minimaal 7 dagen. Toepassingsmethode: irrigatiesysteem. Maximaal aantal behandelingen per groeiseizoen: 3. |
|
Andijvie, tuinkervel, venkel, witlof, mosterdsarepta, bladpeterselie, postelein, veldsla, rucola, sla, bieslook, spinazie, courgette voor eetbare bloemen, pompoen voor eetbare bloemen, patisson voor eetbare bloemen (onder glas in kassen) |
Zaailing- en stekrot, wortelrot veroorzaakt door Fusarium spp., Pythium spp. |
Middel toepassen op de volgende tijdstippen en doseringen: 1. Voor zaaien, planten of verplanten van het gewas Maximale / aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 10 g middel/ 1 m3 substraat (veen of grond). Aanbevolen waterhoeveelheid: 0,1 l/ 1,0 l substraat. Aantal behandelingen: 1. Toepassingsmethode: mengen met substraat. of 2. Voor of direct na zaaien of planten van bewortelde stekken in multiplaten, potten, containers etc. Maximale / aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,5 g middel/ 1 m2 oppervlak. Aanbevolen waterhoeveelheid: 0,1 l/ 1,0 l substraat. Aantal behandelingen: 1. Toepassingsmethode: bespuiting van het oppervlak waar de containers met gezaaide of geplante gewassen staan. en/of 3. Na verplanten, tijdens teelt in containers – eenmalige behandeling Maximale / aanbevolen concentratie voor eenmalige toepassing: 0,01 g middel/1 l substraat (veen of grond). Aanbevolen waterhoeveelheid: 0,1 l/ 1,0 l substraat. Toepassingsmethode: irrigatiesysteem. – Gesplitste dosering Maximale / aanbevolen concentratie voor eenmalige toepassing: 0,005 g / 1 l substraat (veen of grond). Aanbevolen waterhoeveelheid: 0,1 l/ 1,0 l substraat. Aantal behandelingen: 2. Interval tussen behandelingen: minimaal 7 dagen. Toepassingsmethode: irrigatiesysteem. Maximaal aantal behandelingen per groeiseizoen: 3. |
|
Broccoli, spruitkool, witte kool, rode kool, savooiekool, pekinge kool, Chinese kool, choy sum kool, bloemkool, boerenkool, koolrabi (onder glas in kassen) |
Zaailing- en stekrot veroorzaakt door Fusarium spp., Pythium spp. |
Middel toepassen op de volgende tijdstippen en doseringen: 1. Voor zaaien, planten of verplanten van het gewas Maximale / aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 10 g middel/ 1 m3 substraat (veen of grond). Aanbevolen waterhoeveelheid: 0,1 l/ 1,0 l substraat. Aantal behandelingen: 1. Toepassingsmethode: mengen met substraat. of 2. Voor of direct na zaaien of planten van bewortelde stekken in multiplaten, potten, containers etc. Maximale / aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,5 g middel/ 1 m2 oppervlak. Aanbevolen waterhoeveelheid: 0,1 l/ 1,0 l substraat. Aantal behandelingen: 1. Toepassingsmethode: bespuiting van het oppervlak waar de containers met gezaaide of geplante gewassen staan. en/of 3. Na verplanten, tijdens teelt in containers – eenmalige behandeling Maximale / aanbevolen concentratie voor eenmalige toepassing: 0,01 g middel/1 l substraat (veen of grond). Aanbevolen waterhoeveelheid: 0,1 l/ 1,0 l substraat. Toepassingsmethode: irrigatiesysteem. – Gesplitste dosering Maximale / aanbevolen concentratie voor eenmalige toepassing: 0,005 g / 1 l substraat (veen of grond). Aanbevolen waterhoeveelheid: 0,1 l/ 1,0 l substraat. Aantal behandelingen: 2. Interval tussen behandelingen: minimaal 7 dagen. Toepassingsmethode: irrigatiesysteem. Maximaal aantal behandelingen per groeiseizoen: 3. |
|
Courgette, pompoen, komkommer, augurk, meloen, eetbare reuzenpompoen (onder glas in kassen) |
Zachte wortelrot, zaailingrot veroorzaakt door Fusarium spp., Pythium spp. |
Middel toepassen op de volgende tijdstippen en doseringen: 1. Voor zaaien, planten of verplanten van het gewas Maximale / aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 10 g middel/ 1 m3 substraat (veen of grond). Aanbevolen waterhoeveelheid: 0,1 l/ 1,0 l substraat. Aantal behandelingen: 1. Toepassingsmethode: mengen met substraat. of 2. Voor of direct na zaaien of planten van bewortelde stekken in multiplaten, potten, containers etc. Maximale / aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,5 g middel/ 1 m2 oppervlak. Aanbevolen waterhoeveelheid: 0,1 l/ 1,0 l substraat. Aantal behandelingen: 1. Toepassingsmethode: bespuiting van het oppervlak waar de containers met gezaaide of geplante gewassen staan. en/of 3. Na verplanten, tijdens teelt in containers – eenmalige behandeling Maximale / aanbevolen concentratie voor eenmalige toepassing: 0,01 g middel/1 l substraat (veen of grond). Aanbevolen waterhoeveelheid: 0,1 l/ 1,0 l substraat. Toepassingsmethode: irrigatiesysteem – Gesplitste dosering Maximale / aanbevolen concentratie voor eenmalige toepassing: 0,005 g / 1 l substraat (veen of grond). Aanbevolen waterhoeveelheid: 0,1 l/ 1,0 liter substraat. Aantal behandelingen: 2. Interval tussen behandelingen: minimaal 7 dagen. Toepassingsmethode: irrigatiesysteem Maximaal aantal behandelingen per groeiseizoen: 3. |
|
Blauwe bes, zwarte aalbes, rode aalbes, kruisbes, braam, framboos-braam, framboos, vlierbes, bosbes, cranberry, moerbei, wilde roos voor eetbare vruchten (onder glas in kassen) |
Fusariose |
Middel toepassen op de volgende tijdstippen en doseringen: 1. Voor zaaien, planten of verplanten van het gewas Maximale / aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 10 g middel/ 1 m3 substraat (veen of grond). Aanbevolen waterhoeveelheid: 0,1 l/ 1,0 l substraat. Aantal behandelingen: 1. Toepassingsmethode: mengen met substraat. of 2. Voor of direct na zaaien of planten van bewortelde stekken in multiplaten, potten, containers etc. Maximale / aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,5 g middel/ 1 m2 oppervlak. Aanbevolen waterhoeveelheid: 0,1 l/ 1,0 l substraat. Aantal behandelingen: 1. Toepassingsmethode: bespuiting van het oppervlak waar de containers met gezaaide of geplante gewassen staan. en/of 3. Na verplanten, tijdens teelt in containers – eenmalige behandeling Maximale / aanbevolen concentratie voor eenmalige toepassing: 0,01 g middel/1 l substraat (veen of grond). Aanbevolen waterhoeveelheid: 0,1 l/ 1,0 l substraat. Toepassingsmethode: irrigatiesysteem. – Gesplitste dosering Maximale / aanbevolen concentratie voor eenmalige toepassing: 0,005 g / 1 l substraat (veen of grond). Aanbevolen waterhoeveelheid: 0,1 l/ 1,0 l substraat. Aantal behandelingen: 2. Interval tussen behandelingen: minimaal 7 dagen. Toepassingsmethode: irrigatiesysteem Maximaal aantal behandelingen per groeiseizoen: 3. |
|
Aardbei (onder glas in kassen) |
Wortelrot, fusariose van aardbei |
Middel toepassen op de volgende tijdstippen en doseringen: 1. Voor zaaien, planten of verplanten van het gewas Maximale / aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 10 g middel/ 1 m3 substraat (veen of grond). Aanbevolen waterhoeveelheid: 0,1 l/ 1,0 l substraat. Aantal behandelingen: 1. Toepassingsmethode: mengen met substraat. of 2. Voor of direct na zaaien of planten van bewortelde stekken in multipotten, potten, containers etc. Maximale / aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,5 g middel/ 1 m2 oppervlak. Aanbevolen waterhoeveelheid: 0,1 l/ 1,0 l substraat. Aantal behandelingen: 1. Toepassingsmethode: bespuiting van het oppervlak waar de containers met gezaaide of geplante gewassen staan. en/of 3. Na verplanten, tijdens teelt in containers – eenmalige behandeling Maximale / aanbevolen concentratie voor eenmalige toepassing: 0,01 g middel/1 l substraat (veen of grond). Aanbevolen waterhoeveelheid: 0,1 l/ 1,0 l substraat. Toepassingsmethode: irrigatiesysteem. – Gesplitste dosering Maximale / aanbevolen concentratie voor eenmalige toepassing: 0,005 g / 1 l substraat (veen of grond). Aanbevolen waterhoeveelheid: 0,1 l/ 1,0 l substraat. Aantal behandelingen: 2. Interval tussen behandelingen: minimaal 7 dagen. Toepassingsmethode: irrigatiesysteem. Maximaal aantal behandelingen per groeiseizoen: 3. |
|
Groenten (kool, gewone broccoli, bloemkool, koolrabi, kropsla, bladsla, veldsla, rucola, ui, knoflook, prei, sjalot, courgette, courgette voor eetbare bloemen, eetbare reuzenpompoen, pompoen, pompoen voor eetbare bloemen, komkommer, gewone boon, suikererwt, rode biet, rode biet voor bladgroente, wortel, bladpeterselie, knolselderij, mierikswortel, radijs, tomaat, paprika, aubergine, bladselderij, stengelselderij, asperge) (veldteelt) |
Zaailing- en stekrot veroorzaakt door Fusarium spp., Pythium spp. |
Middel toepassen op de volgende tijdstippen en doseringen (concentraties): 1. Toepassing door mengen met het teeltsubstraat Maximale / aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,01 g/L teeltsubstraat (=10g/m3). Toepassingstijdstip: tijdens de voorbereiding van het groeimedium (BBCH 00). Aantal behandelingen: 1. of 2. Toepassing door bespuiting van het teeltsubstraat (kiemplantenkas) Maximale / aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,5 g/m2 teeltsubstraat. Toepassingstijdstip: voor of na zaaien, of minstens 1 week voor verplanten tot het stadium van 4 echte bladeren (BBCH 00-14). Aantal behandelingen: 1. en/of 3. Toepassing door irrigatie Maximale / aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,25 kg/ha (gesplitste dosering mogelijk 2 x 0,125 kg/ha). Toepassingstijdstip: vanaf zaai/plant tot het einde van de vruchtontwikkelingsfase (BBCH 0-79). Aantal behandelingen: 2. of 4. Toepassing door bespuiting van de bovenste grondlaag vóór planten of zaaien in het open veld Maximale / aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,25 kg/ha. Toepassingstijdstip: vanaf zaai/plant tot het einde van het stadium van 6 echte bladeren (BBCH 0-16). Aantal behandelingen: 1. Maximaal aantal behandelingen per groeiseizoen: 2. |
|
Blauwe bes, framboos (veldteelt) |
Stekrot veroorzaakt door Fusarium spp., Pythium spp. |
Middel toepassen op de volgende tijdstippen en doseringen (concentraties): 1. Toepassing door mengen met het teeltsubstraat Maximale / aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,01 g/L teeltsubstraat (=10g/m3). Toepassingstijdstip: tijdens de voorbereiding van het groeimedium (BBCH 00). Aantal behandelingen: 1. of 2. Toepassing door bespuiting van het teeltsubstraat Maximale / aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,5 g/m2 teeltsubstraat. Toepassingstijdstip: voor of na zaaien, of minstens 1 week voor verplanten tot het stadium van 4 echte bladeren (BBCH 00-14). Aantal behandelingen: 1. en/of 3. Toepassing door irrigatie Maximale / aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,25 kg/ha (gesplitste dosering mogelijk 2 x 0,125 kg/ha). Toepassingstijdstip: vanaf zaai/plant tot het einde van de vruchtontwikkelingsfase (BBCH 0-79). Aantal behandelingen: 2. of 4. Toepassing door bespuiting van de bovenste grondlaag vóór planten of zaaien in het open veld Maximale / aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,25 kg/ha. Toepassingstijdstip: vanaf zaai/plant tot het einde van het stadium van 6 echte bladeren (BBCH 0-16). Aantal behandelingen: 1. Maximaal aantal behandelingen per groeiseizoen: 2. |
|
Fruitkwekerijplanten (veldteelt) |
Stekrot veroorzaakt door Fusarium spp., Pythium spp. |
Middel toepassen op de volgende tijdstippen en doseringen (concentraties): 1. Toepassing door mengen met het teeltsubstraat Maximale / aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,01 g/L teeltsubstraat (=10g/m3). Toepassingstijdstip: tijdens de voorbereiding van het groeimedium (BBCH 00). Aantal behandelingen: 1. of 2. Toepassing door bespuiting van het teeltsubstraat Maximale / aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,5 g/m2 teeltsubstraat. Toepassingstijdstip: voor of na zaaien, of minstens 1 week voor verplanten tot het stadium van 4 echte bladeren (BBCH 00-14). Aantal behandelingen: 1. en/of 3. Toepassing door irrigatie Maximale / aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,25 kg/ha (gesplitste dosering mogelijk 2 x 0,125 kg/ha). Toepassingstijdstip: vanaf zaai/plant tot het einde van de vruchtontwikkelingsfase (BBCH 0-79). Aantal behandelingen: 2. of 4. Toepassing door bespuiting van de bovenste grondlaag vóór planten of zaaien in het open veld Maximale / aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,25 kg/ha. Toepassingstijdstip: vanaf zaai/plant tot het einde van het stadium van 6 echte bladeren (BBCH 0-16). Aantal behandelingen: 1. Maximaal aantal behandelingen per groeiseizoen: 2. |
|
Vezelhennep (veldteelt) |
Stekrot veroorzaakt door Fusarium spp., Pythium spp. |
Middel toepassen op de volgende tijdstippen en doseringen (concentraties): 1. Toepassing door mengen met het teeltsubstraat Maximale / aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,01 g/L teeltsubstraat (=10g/m3). Toepassingstijdstip: tijdens de voorbereiding van het groeimedium (BBCH 00). Aantal behandelingen: 1. of 2. Toepassing door bespuiting van het teeltsubstraat Maximale / aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,5 g/m2 teeltsubstraat. Toepassingstijdstip: voor of na zaaien, of minstens 1 week voor verplanten tot het stadium van 4 echte bladeren (BBCH 00-14). Aantal behandelingen: 1. en/of 3. Toepassing door irrigatie Maximale / aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,25 kg/ha (gesplitste dosering mogelijk 2 x 0,125 kg/ha). Toepassingstijdstip: vanaf zaai/plant tot het einde van de vruchtontwikkelingsfase (BBCH 0-79). Aantal behandelingen: 2. of 4. Toepassing door bespuiting van de bovenste grondlaag vóór planten of zaaien in het open veld Maximale / aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,25 kg/ha. Toepassingstijdstip: vanaf zaai/plant tot het einde van het stadium van 6 echte bladeren (BBCH 0-16). Aantal behandelingen: 1. Maximaal aantal behandelingen per groeiseizoen: 2. |
|
Kruidenplanten (veldteelt) |
Stekrot veroorzaakt door Fusarium spp., Pythium spp. |
Middel toepassen op de volgende tijdstippen en doseringen (concentraties): 1. Toepassing door mengen met het teeltsubstraat Maximale / aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,01 g/L teeltsubstraat (=10g/m3). Toepassingstijdstip: tijdens de voorbereiding van het groeimedium (BBCH 00). Aantal behandelingen: 1. of 2. Toepassing door bespuiting van het teeltsubstraat (kiemplantenkas) Maximale / aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,5 g/m2 teeltsubstraat. Toepassingstijdstip: voor of na zaaien, of minstens 1 week voor verplanten tot het stadium van 4 echte bladeren (BBCH 00-14). Aantal behandelingen: 1. en/of 3. Toepassing door irrigatie Maximale / aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,25 kg/ha (gesplitste dosering mogelijk 2 x 0,125 kg/ha). Toepassingstijdstip: vanaf zaai/plant tot het einde van de vruchtontwikkelingsfase (BBCH 0-79). Aantal behandelingen: 2. of 4. Toepassing door bespuiting van de bovenste grondlaag vóór planten of zaaien in het open veld Maximale / aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,25 kg/ha. Toepassingstijdstip: vanaf zaai/plant tot het einde van het stadium van 6 echte bladeren (BBCH 0-16). Aantal behandelingen: 1. Maximaal aantal behandelingen per groeiseizoen: 2. |
|
Bosplanten, herbeplanting, bebossing en zaaiplantages van bosbomen (veldteelt) |
Zaailing- en stekrot veroorzaakt door Fusarium spp., Pythium spp. |
Middel toepassen op de volgende tijdstippen en doseringen (concentraties): 1. Toepassing door mengen met substraat (kwekerij) Maximale / aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,01 g/L teeltsubstraat (=10g/m3). Toepassingstijdstip: tijdens de voorbereiding van het groeimedium voor de kwekerij (BBCH 00). Aantal behandelingen: 1. of 2. Toepassing door bespuiting van het teeltsubstraat (kiemplantenkas) Maximale / aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,5 g/m2 teeltsubstraat. Toepassingstijdstip: voor of na zaaien, of minstens 1 week voor verplanten tot het stadium van 4 bladeren (BBCH 00-14). Aantal behandelingen: 1. en/of 3. Toepassing door irrigatie Maximale / aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,25 kg/ha (gesplitste dosering mogelijk 2 x 0,125 kg/ha). Toepassingstijdstip: vanaf zaai/plant tot het einde van de vruchtontwikkelingsfase (BBCH 0-79). Aantal behandelingen: 2. of 4. Toepassing door bespuiting van de bovenste grondlaag vóór planten of zaaien in het open veld. Maximale / aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,25 kg/ha. Toepassingstijdstip: vanaf zaai/plant tot het stadium van 6 ontwikkelde bladeren (BBCH 0-16). Aantal behandelingen: 1. Maximaal aantal behandelingen per groeiseizoen: 2 |
|
Sierplanten (veldteelt) |
Zaailing- en stekrot veroorzaakt door Fusarium spp., Pythium spp. |
Middel toepassen op de volgende tijdstippen en doseringen (concentraties): 1. Toepassing door mengen met substraat Maximale / aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,01 g/L teeltsubstraat (=10g/m3). Toepassingstijdstip: tijdens de voorbereiding van het groeimedium voor de kwekerij (BBCH 00). Aantal behandelingen: 1. of 2. Toepassing door bespuiting van het teeltsubstraat Maximale / aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,5 g/m2 teeltsubstraat. Toepassingstijdstip: voor of na zaaien, of minstens 1 week voor verplanten tot het stadium van 4 bladeren (BBCH 00-14). Aantal behandelingen: 1. en/of 3. Toepassing door irrigatie Maximale / aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,25 kg/ha (gesplitste dosering mogelijk 2 x 0,125 kg/ha). Toepassingstijdstip: vanaf zaai/plant tot het einde van de vruchtontwikkelingsfase (BBCH 0-79). Aantal behandelingen: 2. of 4. Toepassing door bespuiting van de bovenste grondlaag vóór planten of zaaien in het open veld. Maximale / aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,25 kg/ha. Toepassingstijdstip: vanaf zaai/plant tot het stadium van 6 ontwikkelde bladeren (BBCH 0-16). Aantal behandelingen: 1. Maximaal aantal behandelingen per groeiseizoen: 2. |
|
Sierplanten in kwekerijen (veldteelt) |
Zaailing- en stekrot veroorzaakt door Fusarium spp., Pythium spp. |
Middel toepassen op de volgende tijdstippen en doseringen (concentraties): 1. Toepassing door mengen met substraat (kwekerij) Maximale / aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,01 g/L teeltsubstraat (=10g/m3). Toepassingstijdstip: tijdens de voorbereiding van het groeimedium voor de kwekerij (BBCH 00). Aantal behandelingen: 1. of 2. Toepassing door bespuiting van het teeltsubstraat (kiemplantenkas) Maximale / aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,5 g/m2 teeltsubstraat. Toepassingstijdstip: voor of na zaaien, of minstens 1 week voor planten tot het stadium van 4 bladeren, (BBCH 00-14). Aantal behandelingen: 1. en/of 3. Toepassing door irrigatie Maximale / aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,25 kg/ha (gesplitste dosering mogelijk 2 x 0,125 kg/ha). Toepassingstijdstip: vanaf zaai/verplanten gedurende het gehele groeiseizoen (BBCH 0-79). Aantal behandelingen: 2. of 4. Toepassing door bespuiting van de bovenste grondlaag vóór planten of zaaien in het open veld. Maximale / aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,25 kg/ha. Toepassingstijdstip: vanaf zaai/plant tot het einde van het stadium van 6 echte bladeren (BBCH 0-16). Aantal behandelingen: 1. Maximaal aantal behandelingen per groeiseizoen: 2. |













