Naar de inhoud
Sumi AgroArtikelnr. 47345-c

Mospilan Classic Sumi Agro (acetamiprid) - insecticide

Mospilan Classic Sumi Agro is een effectief insecticide bedoeld voor de bestrijding van plagen zoals bladluizen, buxusmot, coloradokever, frambozenbloemkever, fruitmotten en kevers. Het preparaat werkt contact- en maagwerkzaam.

Gewicht
600 g
€ 86,81€ 108,51Halloween −20%
incl. btw, excl. verzending

Beschrijving

Mospilan Classic – Effectieve Plantenbescherming

Mospilan Classic is een modern gewasbeschermingsmiddel dat een breed spectrum aan plagen in gewassen effectief bestrijdt. De unieke formule garandeert hoge werkzaamheid en veiligheid voor planten en het milieu. Mospilan Classic wordt toegepast in fruitteelt, groenteteelt en akkerbouw. Het is de ideale oplossing voor professionele boeren en tuinders die waarde hechten aan effectiviteit en betrouwbaarheid.

  • Breed werkingsspectrum – effectief tegen zuigende en bijtende insecten
  • Systemische werking – snelle opname en transport in de plant
  • Langdurige werking – duurzame bescherming tegen plagen
  • Veiligheid – selectief voor planten en milieuvriendelijk

Mospilan Classic is een modern gewasbeschermingsmiddel dat een breed spectrum aan plagen in gewassen effectief bestrijdt. De unieke formule garandeert hoge werkzaamheid en veiligheid voor planten en het milieu. Mospilan Classic wordt toegepast in fruitteelt, groenteteelt en akkerbouw. Het is de ideale oplossing voor professionele boeren en tuinders die waarde hechten aan effectiviteit en betrouwbaarheid.

Preparaat Mospilan Classic Sumi Agro - insecticide tegen bladluizen, buxusmot, coloradokever, frambozenbloemkever, fruitmotten, kevers en andere insecten

Mospilan Classic Sumi Agro - voordelen van gebruik:

  • bestrijdt zuigende en bijtende plagen in groente- en fruitgewassen
  • heeft een zeer breed werkingsspectrum,
  • bevat als een van de weinige insecticiden een zeer effectief werkzame stof - acetamiprid,
  • effectiviteit bevestigd door talrijke onderzoeken,
  • is volledig veilig voor bestuivende insecten,
  • zorgt voor effectieve en langdurige werking, en daarmee betrouwbare bescherming van hectares,
  • in handige en veilige wateroplosbare zakjes,
  • is verkrijgbaar in SP-formule, dat wil zeggen poeder om in water op te lossen, met een lange houdbaarheid.

Mospilan Classic is een gewasbeschermingsmiddel, meer specifiek een insecticide in poedervorm om in water op te lossen.

Het werkt contact (dringt door de huid van plagen) en maagwerkzaam (dringt via het spijsverteringskanaal binnen door het eten van bespoten planten).

Op de plant werkt het preparaat oppervlakkig (vormt een barrière voor insecten), indringend (werkt op de plaats van aanbrengen en dringt in de plant) en systemisch (dringt in de plant en circuleert met de sappen).

De effectiviteit is bevestigd door onderzoek (bijna 300 proeven op meer dan 10.000 proefveldjes).
Mospilan Classic valt op door zijn blauwe kleur van de spuitvloeistof.
De SP-formule betekent dat het preparaat in poedervorm voor wateroplossing is. Dit verlengt de houdbaarheid aanzienlijk (4 jaar vanaf productiedatum).

Belangrijk voor ons milieu is dat de fabrikant ervoor heeft gezorgd dat het insecticide Mospilan 20 SP veilig is voor bestuivende insecten. Door dit preparaat te gebruiken, zorg je voor onze planeet!

Het middel is geschikt voor zowel niet-professionele als professionele gebruikers.

Mospilan Classic - toepassing in gewassen:

  • appelboom,
  • aardappel,
  • pruimenboom,
  • perenboom,
  • zure kers en zoete kers,
  • abrikoos en perzik,
  • wijnstok,
  • blauwe bes,
  • hazelaar,
  • walnoot,
  • framboos,
  • aalbes (zwarte, rode, witte),
  • kruisbes,
  • paprika (in open veld en onder glas),
  • pompoen, meloen, watermeloen (in open veld),
  • komkommer (in open veld en onder glas),
  • knoflook (in open veld),
  • sla (in open veld en onder glas),
  • spinazie (in open veld),
  • tuinboon (in open veld),
  • doperwt (in open veld),
  • snijboon (in open veld),
  • rode biet (in open veld),
  • prei (in open veld),
  • ui (in open veld),
  • kool (kool, spruitkool en Chinese kool) (in open veld),
  • tomaat (in open veld en onder glas),
  • knolselderij en bladselderij (in open veld),
  • bloemkool, broccoli (in open veld),
  • aubergine (onder glas).

Mospilan 20 SP moet worden toegepast met veldspuiten, fruitspuiten, handspuiten en luchtvaarapparatuur.

Insecticide Mospilan Classic - te bestrijden insecten:

  • larven en kevers van coloradokever,
  • koolzaadglanskever,
  • bladluizen,
  • fruitmotten,
  • bladrollers,
  • tuinbladroller,
  • kevers,
  • tripsen,
  • bladrollers,
  • perenbladluis,
  • donkere slijmkever,
  • frambozenbloemkever,
  • en andere (zie productetiket - te vinden onder "downloads").

Het is bedoeld voor de bestrijding van zuigende en bijtende plagen in groente- en fruitgewassen, en heeft dus een zeer breed werkingsspectrum (zowel qua gewassen als plagen).

Mospilan Classic - werkzame stof:

  • Acetamiprid - verbinding uit de groep van neonicotinoïde derivaten - 20%.

Insecticide Mospilan Classic - veiligheidstermijn:

In aardappelteelt is deze 3 dagen, voor andere groenten en fruitgewassen is dit 14 dagen.

Welke voorzorgsmaatregelen moeten worden genomen bij het gebruik van de spuitvloeistof van Mospilan 20SP?

  • Gebruik het middel niet bij harde wind of hevige regen,
  • Voer bij het eerste gebruik op een nieuw ras een proefbehandeling uit om te controleren of binnen 7 dagen geen schade aan de planten optreedt,
  • Meer informatie over voorzorgsmaatregelen vindt u op het etiket, beschikbaar onder "downloads".

Let op! Gebruik gewasbeschermingsmiddelen veilig. Lees voor elk gebruik de informatie op het etiket en productinformatie.

De koper verklaart te voldoen aan de voorwaarden genoemd in artikel 25 lid 3 punt 5 van de wet van 8 maart 2013 betreffende gewasbeschermingsmiddelen en beschikt over de vereiste opleiding voor professioneel gebruik. Lees voor elk gebruik de informatie op het etiket en productinformatie. Let op de specifieke risicowaarschuwingen. Volg de veiligheidsregels op het etiket. Gewasbeschermingsmiddelen mogen alleen worden gekocht door meerderjarige personen die de vereiste opleiding en kwalificaties bezitten (artikel 28 van de wet van 8 maart 2013 met wijzigingen). Gebruik gewasbeschermingsmiddelen zo dat er geen gevaar is voor de gezondheid van mensen, dieren en het milieu. De koper moet nuchter zijn. Door dit product te kopen verklaart u aan deze voorwaarden te voldoen.

Toepassing en dosering

Teelt

Bestrijding van plaag

Hoe toepassen? Dosering

Wanneer toepassen?

aardbei

blindwantsen (Lygus)

Maximale/aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,2 kg/ha.
Aantal behandelingen: 1.
Aanbevolen hoeveelheid water: 200-750 l/ha.
Aanbevolen bespuiting: middelgrote druppels.

middel toepassen bij het verschijnen van de plaag, in het stadium van bloeiwijzenontwikkeling wanneer bloemknoppen losser worden (BBCH 51-59).

aardbei

aardbeibloesemkever

Maximale/aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,2 kg/ha.
Aantal behandelingen: 2.
Interval tussen behandelingen: minimaal 10 - 14 dagen

Aanbevolen hoeveelheid water: 200-750 l/ha.
Aanbevolen bespuiting: middelgrote druppels.

middel toepassen bij het verschijnen van de plaag, in het stadium van bloeiwijzenontwikkeling wanneer bloemknoppen losser worden (BBCH 51-59). 

aardbei

lapsnuitkevers

Maximale/aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,3 kg/ha.
Aantal behandelingen: 1.
Aanbevolen hoeveelheid water: 500-900 l/ha.
Aanbevolen bespuiting: middelgrote druppels

Behandeling uitvoeren na de oogst van de vruchten door planten en bodem eronder te bespuiten.

gele lupine, witte lupine, smalbladige lupine

bladrandkevers

Maximale/aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,2 kg/ha.
Aantal behandelingen: 2.
Interval tussen behandelingen: minimaal 10 dagen.

Aanbevolen hoeveelheid water: 200 - 300 l/ha.
Aanbevolen bespuiting: middelgrote druppels

Bladrandkevers
middel toepassen bij het verschijnen van de plaag, van stadium eerste tot vijfde echte blad (BBCH 11-15).

gele lupine, witte lupine, smalbladige lupine

bladluizen, tripsen, blindwantsen (Lygus)

Maximale/aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,2 kg/ha.
Aantal behandelingen: 2.
Interval tussen behandelingen: minimaal 10 dagen. 

Aanbevolen hoeveelheid water: 200 - 300 l/ha.
Aanbevolen bespuiting: middelgrote druppels

middel toepassen bij het verschijnen van de plaag, van het stadium van stengelverlenging – stadium 6 blad tot einde bloei (alle bloemen uitgebloeid) (BBCH 
31-69).

gele lupine, witte lupine, smalbladige lupine

erwtenpeulboorder

Maximale/aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,2 kg/ha.
Aantal behandelingen: 2.
Interval tussen behandelingen: minimaal 10 dagen

Aanbevolen hoeveelheid water: 200 - 300 l/ha.
Aanbevolen bespuiting: middelgrote druppels

middel toepassen bij het verschijnen van de plaag, van stadium begin bloeiwijzeontwikkeling - zichtbare bloemknoppen aan de top van de stengel tot begin vruchtontwikkeling – peulen (zichtbare eerste peulen langer dan 2 cm) (BBCH 53-70). 

hazelaar

bladluizen, vruchtbladroller, rozenbladroller en andere bladrollers en andere jonge bladetende rupsen

Mospilan 20 SP toepassen samen met hulpstof Slippa: 
Maximale/aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing:
Mospilan 20 SP 0,2 kg/ha + Slippa 0,2 l/ha.
Aantal behandelingen: 2
Interval tussen behandelingen: minimaal 7-10 dagen.

Aanbevolen hoeveelheid water: 200-750 l/ha.
Aanbevolen bespuiting: middelgrote druppels.

middel toepassen vanaf het uitkomen van jonge larven, d.w.z. van stadium eerste blad tot einde bloei (BBCH 11-69). 

hazelaar

gewone dopluis

Maximale/aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,2 kg/ha.
Aantal behandelingen: 2.
Interval tussen behandelingen: minimaal 10-14 dagen

Aanbevolen hoeveelheid water: 200-750 l/ha.
Aanbevolen bespuiting: middelgrote druppels.

middel toepassen bij het begin van het voeden van plagen, in het stadium van bloeiwijzenontwikkeling (BBCH 54-59).

hazelaar

hazelnootboorder, hazelboktor

Maximale/aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,2 kg/ha.
Aantal behandelingen: 2.
Interval tussen behandelingen: minimaal 10-14 dagen.
Aanbevolen hoeveelheid water: 200-750 l/ha.
Aanbevolen bespuiting: middelgrote druppels.

middel toepassen tijdens het voeden van kevers, voordat de eieren worden gelegd van begin bloei tot begin vruchtontwikkeling (BBCH 60-71).

veldboon

bladrandkevers

Maximale/aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,2 kg/ha. 
Aantal behandelingen: 2.
Interval tussen behandelingen: minimaal 10 dagen.

Aanbevolen hoeveelheid water: 200 - 500 l/ha.
Aanbevolen bespuiting: middelgrote druppels.

middel toepassen bij het verschijnen van de plaag, van stadium eerste tot 9e echte blad (BBCH 11-19).

veldboon

bladluizen, tripsen

Mospilan 20 SP toepassen samen met hulpstof Slippa:
Maximale/aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 
Mospilan 20 SP 0,2 kg/ha + Slippa 0,2 l/ha.
Aantal behandelingen: 2.
Interval tussen behandelingen: minimaal 10 dagen. 

Aanbevolen hoeveelheid water: 200 - 500 l/ha.
Aanbevolen bespuiting: middelgrote druppels.

middel toepassen bij het verschijnen van de plaag, van stadium begin bloeiwijzevorming – bloemknoppen bedekt door bladeren tot begin peul- en zaadontwikkeling. (BBCH 51-70).

veldboon

tuinbonenkever

Maximale/aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,2 kg/ha.
Aantal behandelingen: 2.
Interval tussen behandelingen: minimaal 10 dagen.

Aanbevolen hoeveelheid water: 200 - 500 l/ha.
Aanbevolen bespuiting: middelgrote druppels.

middel toepassen van begin bloei (eerste open bloemen) tot begin peul- en zaadontwikkeling (BBCH 60-70).

sojaboon

bladrandkevers

Maximale/aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,2 kg/ha.
Aantal behandelingen: 1.

Aanbevolen hoeveelheid water: 200 - 500 l/ha.
Aanbevolen bespuiting: middelgrote druppels.

middel toepassen bij het verschijnen van de plaag, van stadium eerste tot 9e echte blad (BBCH 11-19).

sojaboon

blindwantsen (Lygus), bladluizen

Maximale/aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,2 kg/ha.
Aantal behandelingen: 1.

Aanbevolen hoeveelheid water: 200 - 500 l/ha.
Aanbevolen bespuiting: middelgrote druppels.

middel toepassen bij het verschijnen van de plaag, van begin bloei (ongeveer 10% open bloemen) tot begin peul- en zaadontwikkeling met inachtneming van de veiligheidstermijn (eerste peul heeft typische lengte) (BBCH 61-70).

sojaboon

tuinbonenkever

Maximale/aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,2 kg/ha.
Aantal behandelingen: 1.

Aanbevolen hoeveelheid water: 200 - 500 l/ha.
Aanbevolen bespuiting: middelgrote druppels.

middel toepassen in het stadium van peul- en zaadontwikkeling met inachtneming van de veiligheidstermijn (eerste peul heeft typische lengte) (BBCH 70).

luzerne

bladrandkevers

Maximale/aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,2 kg/ha.
Aantal behandelingen: 2.
Interval tussen behandelingen: minimaal 10 dagen.

Aanbevolen hoeveelheid water: 200 - 300 l/ha.
Aanbevolen bespuiting: middelgrote druppels.

middel toepassen bij het verschijnen van de plaag, van stadium eerste tot vijfde echte blad (BBCH 11-15).

luzerne

bladluizen, blindwants (Lygus rugulipennis), luzernewants

Maximale/aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,2 kg/ha.
Aantal behandelingen: 2.
Interval tussen behandelingen: minimaal 10 dagen. 

Aanbevolen hoeveelheid water: 200 - 300 l/ha.
Aanbevolen bespuiting: middelgrote druppels.

middel toepassen bij het verschijnen van de plaag, van stadium vijfde echte blad tot einde bloei (BBCH 15-69).

luzerne

luzernebloemgalmug

Maximale/aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,2 kg/ha.
Aantal behandelingen: 2.
Interval tussen behandelingen: minimaal 10 dagen.
Aanbevolen hoeveelheid water: 200 - 300 l/ha.
Aanbevolen bespuiting: middelgrote druppels. 

middel toepassen bij het verschijnen van de plaag, van begin bloei (eerste open bloemen) tot begin rijping van peulen en zaden (eerste peul heeft typische lengte) (BBCH 60-70).

peer

appelbladroller (Pandemis heparana), vruchtbladroller, rozenbladroller en andere bladrollers en andere jonge bladetende rupsen

Mospilan 20 SP toepassen samen met hulpstof Slippa: 
Maximale/aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing:
Mospilan 20 SP 0,2 kg/ha + Slippa 0,2 l/ha.
Aantal behandelingen: 2.
Interval tussen behandelingen: minimaal 7-10 dagen.

middel toepassen vanaf het uitkomen van jonge larven, d.w.z. van stadium eerste blad tot einde rijping van vruchten (BBCH 11-89).

peer

gevlekte perenbladvlo, rode perenbladvlo, gele perenbladvlo

Mospilan 20 SP toepassen samen met hulpstof Slippa: 
Maximale/aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing:
Mospilan 20 SP 0,2 kg/ha + Slippa 0,2 l/ha.
Aantal behandelingen: 2.
Interval tussen behandelingen: minimaal 7-10 dagen.

middel toepassen van stadium ontwikkeld eerste blad tot begin vruchtontwikkeling (BBCH 11-71).
Het middel beperkt de aanwezigheid van volwassen insecten en larven van de eerste generatie.

peer

kersenbladwesp

Maximale/aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,2 kg/ha.
Aantal behandelingen: 1.

Aanbevolen hoeveelheid water: 200-750 l/ha.
Aanbevolen bespuiting: middelgrote druppels.

middel toepassen na vaststelling van aanwezigheid van de plaag, van begin vruchtontwikkeling tot einde rijping van vruchten (BBCH 71-89). 

peer

perenknopkever

Maximale/aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,2 kg/ha.
Aantal behandelingen: 1

Aanbevolen hoeveelheid water: 200-750 l/ha.
Aanbevolen bespuiting: middelgrote druppels.

middel toepassen van stadium waarin bloemknoppen zwellen tot einde ontwikkeling van de bloeiwijze (BBCH 51-59).

peer

perengalmug

Maximale/aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,2 kg/ha.
Aantal behandelingen: 2

Interval tussen behandelingen: minimaal 7-10 dagen.

Aanbevolen hoeveelheid water: 200-750 l/ha.
Aanbevolen bespuiting: middelgrote druppels.

middel toepassen in stadium vruchtontwikkeling (BBCH 71-79).

pruim

appelbladroller (Pandemis heparana), vruchtbladroller, rozenbladroller en andere bladrollers en andere jonge bladetende rupsen

Mospilan 20 SP toepassen samen met hulpstof Slippa: 
Maximale/aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 
Mospilan 20 SP 0,2 kg/ha + Slippa 0,2 l/ha.
Aantal behandelingen: 2.
Interval tussen behandelingen: minimaal 7-10 dagen.

Aanbevolen hoeveelheid water: 200-750 l/ha.
Aanbevolen bespuiting: middelgrote druppels. 

middel toepassen vanaf het uitkomen van jonge larven, d.w.z. van stadium eerste blad tot einde rijping van vruchten (BBCH 11-89).

pruim

gewone dopluis

Maximale/aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,2 kg/ha.
Aantal behandelingen: 1.
Aanbevolen hoeveelheid water: 200-750 l/ha.
Aanbevolen bespuiting: middelgrote druppels.

Aanbevolen hoeveelheid water: 200-750 l/ha.
Aanbevolen bespuiting: middelgrote druppels. 

winterkoolzaad

koolzaadglanskever

Maximale dosering voor eenmalige toepassing: 0,12 kg/ha.
Aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,08-0,12 kg/ha.
De hogere aanbevolen dosering toepassen bij sterke invlucht van de plaag in het gewas.
Aantal behandelingen: 1.

Aanbevolen hoeveelheid water: 200-400 l/ha.
Aanbevolen bespuiting: middelgrote druppels.

Spuiten bij de invlucht van de plaag in het gewas, vanaf het stadium van de gesloten bloeiwijze tot het begin van de bloei van het koolzaad.

winterkoolzaad

koolzaadsnuitkever, koolzaadhauwgalmug

Maximale/aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,12 kg/ha.
Aantal behandelingen: 1.

Aanbevolen hoeveelheid water: 200-400 l/ha.
Aanbevolen bespuiting: middelgrote druppels.

Behandeling uitvoeren aan het begin van het afvallen van de bloembladen.

winterkoolzaad

grote koolstengelsnuitkever, koolstengelsnuitkever

Maximale dosering voor eenmalige toepassing: 0,25 kg/ha.
Aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,20-0,25 kg/ha.
Aantal behandelingen: 1.
Aanbevolen hoeveelheid water: 200-400 l/ha.
Aanbevolen bespuiting: middelgrote druppels.

Spuiten voordat de kevers eieren leggen, volgens de signalering, vanaf het begin van de stengelstrekking tot het stadium waarin de bloemknoppen nog door de bladeren omsloten zijn (BBCH 30-50).

aardappel

coloradokever

Maximale dosering voor eenmalige toepassing: 0,12 kg/ha
Aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,08– 0,12 kg/ha

Aanbevolen hoeveelheid water: 200-400 l/ha.
Aanbevolen bespuiting: middelgrote druppels.
Maximaal aantal behandelingen per groeiseizoen: 1.

Behandeling uitvoeren tijdens de eiafzetting en het massaal uitkomen van de larven.

zoete kers, zure kers

kersenvlieg, bladluis

Maximale/aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,125 kg/ha.
Aantal behandelingen: 1

Aanbevolen hoeveelheid water: 500-900 l/ha.
Aanbevolen bespuiting: middelgrote druppels.

Behandeling uitvoeren in de periode van talrijk optreden van de vliegen en massale eiafzetting. Bij een over langere tijd gespreide vlucht van de vliegen kunnen 2-3 behandelingen worden uitgevoerd met middelen uit andere chemische groepen.

zoete kers, zure kers

bladluizen

Maximale/aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,125 kg/ha. Aantal behandelingen: 1.

Aanbevolen hoeveelheid water: 500-900 l/ha.
Aanbevolen bespuiting: middelgrote druppels. 

Toepassingstijdstip: behandeling uitvoeren na het verschijnen van de eerste bladluiskolonies. Bij sterke aantasting kan Mospilan 20 SP samen met de hulpstof Slippa worden toegepast.

zoete kers, zure kers

appelbladroller (Pandemis heparana), vruchtbladroller, rozenbladroller en andere bladrollers en andere jonge bladetende rupsen

Mospilan 20 SP toepassen samen met hulpstof Slippa: 
Maximale/aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing:
Mospilan 20 SP 0,2 kg/ha + Slippa 0,2 l/ha.
Aantal behandelingen: 2
Interval tussen behandelingen: minimaal 7-10 dagen.

Aanbevolen hoeveelheid water: 200-750 l/ha.
Aanbevolen bespuiting: middelgrote druppels.

middel toepassen vanaf het uitkomen van jonge larven, d.w.z. van stadium eerste blad tot einde rijping van vruchten (BBCH 11-89).

zoete kers, zure kers

kersenbladwesp

Maximale/aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,2 kg/ha.
Aantal behandelingen: 1.
Aanbevolen hoeveelheid water: 200-750 l/ha.
Aanbevolen bespuiting: middelgrote druppels.

middel toepassen na vaststelling van aanwezigheid van de plaag, van begin vruchtontwikkeling tot einde rijping van vruchten (BBCH 71-89). 

zoete kers, zure kers

pruimenboorder

Maximale/aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,2 kg/ha.
Aantal behandelingen: 1.
Aanbevolen hoeveelheid water: 200-750 l/ha.
Aanbevolen bespuiting: middelgrote druppels.

middel toepassen van stadium waarin bloemknoppen zwellen tot einde ontwikkeling van de bloeiwijze (BBCH 51-59).

zoete kers, zure kers

kersenpitkever

Maximale/aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,2 kg/ha.
Aantal behandelingen: 1.
Aanbevolen hoeveelheid water: 200-750 l/ha.
Aanbevolen bespuiting: middelgrote druppels.

middel toepassen tijdens het voorkomen van kevers van stadium wit knopje tot einde bloei (BBCH 57-69).

appel

perenmineermot (Leucoptera malifoliella)

Maximale/aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,125 kg/ha.
Aantal behandelingen: 1.

Aanbevolen hoeveelheid water: 500-900 l/ha.
Aanbevolen bespuiting: middelgrote druppels. 

Behandeling uitvoeren in het stadium roze knop, aan het einde van het afvallen van de bloembladen.

appel

bladluizen

Maximale/aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,125 kg/ha.
Aantal behandelingen: 1.

Aanbevolen hoeveelheid water: 500-900 l/ha.
Aanbevolen bespuiting: middelgrote druppels. 

Aanbevolen hoeveelheid water: 500-900 l/ha.
Aanbevolen bespuiting: middelgrote druppels. 

Behandeling uitvoeren na de oogst van de vruchten door planten en bodem eronder te bespuiten.

aardbei

lapsnuitkevers

Maximale/aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,3 kg/ha.
Aantal behandelingen: 1.

Behandeling uitvoeren na de oogst van de vruchten door planten en bodem eronder te bespuiten.

appel

fruitmot

Maximale/aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,2 kg/ha.
Aantal behandelingen: 2.
Interval tussen behandelingen: 7-14 dagen.

Aanbevolen hoeveelheid water: 500-900 l/ha.
Aanbevolen bespuiting: middelgrote druppels. 

Middel toepassen aan het begin van de vlucht van de vlinders en de massale eiafzetting.

appel

appelzaagwesp

Maximale/aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,125 kg/ha.
Aantal behandelingen: 1.

Aanbevolen hoeveelheid water: 500-900 l/ha.
Aanbevolen bespuiting: middelgrote druppels.

Middel toepassen aan het begin van het uitkomen van de larven, in het stadium van het afvallen van de bloembladen.

appel

appelbladgalmug

Maximale/aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,2 kg/ha.
Aantal behandelingen: 2.
Interval tussen behandelingen: minimaal 7-10 dagen. 

Aanbevolen hoeveelheid water: 500-900 l/ha.
Aanbevolen bespuiting: middelgrote druppels.

Toepassen in de periode van het einde van de bloei tot het begin van de vruchtval (junival) (BBCH 59-73).

appel

rozenkever

Maximale/aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,2 kg/ha.
Aantal behandelingen: 1

Aanbevolen hoeveelheid water: 500-900 l/ha.
Aanbevolen bespuiting: middelgrote druppels.

Toepassen in de periode van het einde van de bloei tot het begin van de vruchtval (junival) (BBCH 59-73).

appel

bloedluis

Maximale/aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,2 kg/ha.
Aantal behandelingen: 1.

Aanbevolen hoeveelheid water: 500-900 l/ha.
Aanbevolen bespuiting: middelgrote druppels.

spuiten vanaf het stadium groene knop, bij het verschijnen van de eerste bladluiskolonies (boven BBCH 56).

peer

fruitmot

Maximale/aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,2 kg/ha.
Aantal behandelingen: 1.

Aanbevolen hoeveelheid water: 500-900 l/ha.
Aanbevolen bespuiting: middelgrote druppels. 

Middel toepassen aan het begin van de vlucht van de vlinders en de massale eiafzetting of in het eistadium „zwarte kop”.

peer

bladluizen

Maximale/aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,125 kg/ha.
Aantal behandelingen: 1.

Aanbevolen hoeveelheid water: 500-900 l/ha.
Aanbevolen bespuiting: middelgrote druppels. 

Behandeling uitvoeren na het verschijnen van de eerste bladluiskolonies.

pruim

bladluizen

Maximale/aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,125 kg/ha.
Aantal behandelingen: 1.

Aanbevolen hoeveelheid water: 500-900 l/ha.
Aanbevolen bespuiting: middelgrote druppels.

Toepassingstijdstip: behandeling uitvoeren na het verschijnen van de eerste bladluiskolonies.

pruim

pruimenzaagwespen

Maximale/aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,125 kg/ha.
Aantal behandelingen: 1. 

Aanbevolen hoeveelheid water: 500-900 l/ha.
Aanbevolen bespuiting: middelgrote druppels.

Middel toepassen aan het begin van het uitkomen van de larven, maar niet eerder dan aan het einde van het afvallen van de bloembladen.

pruim

pruimenmot

Maximale/aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,2 kg/ha.
Aantal behandelingen: 2. 
Interval tussen behandelingen: minimaal 2-3 weken.

Aanbevolen hoeveelheid water: 500-900 l/ha.
Aanbevolen bespuiting: middelgrote druppels.

middel toepassen tijdens intensieve vluchten van motten en massale eiafzetting voor elke opkomende generatie van de plaag. 

zure kers, zoete kers

appelbladroller (Pandemis heparana), vruchtbladroller, rozenbladroller, bladetende rupsen

Mospilan 20 SP toepassen samen met hulpstof Slippa: 
Maximale/aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 
Mospilan 20 SP 0,2 kg/ha + Slippa 0,2 l/ha.
Aantal behandelingen: 2.
Interval tussen behandelingen: minimaal 7-10 dagen.

middel toepassen vanaf het uitkomen van jonge larven, d.w.z. van stadium eerste blad tot einde rijping van vruchten (BBCH 11-89).

zure kers, zoete kers

kersenbladwesp

Maximale/aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,2 kg/ha.
Aantal behandelingen: 1. 

Aanbevolen hoeveelheid water: 200-750 l/ha.
Aanbevolen bespuiting: middelgrote druppels

middel toepassen na vaststelling van aanwezigheid van de plaag, van begin vruchtontwikkeling tot einde rijping van vruchten (BBCH 71-89).

zure kers, zoete kers

pruimenboorder

Maximale/aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,2 kg/ha.
Aantal behandelingen: 1.

Aanbevolen hoeveelheid water: 200-750 l/ha.
Aanbevolen bespuiting: middelgrote druppels

middel toepassen van stadium waarin bloemknoppen zwellen tot einde ontwikkeling van de bloeiwijze (BBCH 51-59). 

zure kers, zoete kers

kersenpitkever

Maximale/aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,2 kg/ha.
Aantal behandelingen: 1.

Aanbevolen hoeveelheid water: 200-750 l/ha.
Aanbevolen bespuiting: middelgrote druppels

middel toepassen tijdens het voorkomen van kevers van stadium wit knopje tot einde bloei (BBCH 57-69).

abrikoos, perzik

appelbladroller (Pandemis heparana), vruchtbladroller, rozenbladroller, bladetende rupsen

toepassen samen met hulpstof Slippa.
Maximale/aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing:
Mospilan 20 SP 0,2 kg/ha + Slippa 0,2 l/ha.
Aantal behandelingen: 2.
Interval tussen behandelingen: minimaal 7-10 dagen.

Aanbevolen hoeveelheid water: 200-750 l/ha.
Aanbevolen bespuiting: middelgrote druppels. 

middel toepassen vanaf het uitkomen van jonge larven, d.w.z. van stadium eerste blad tot einde rijping van vruchten (BBCH 11-89).

wijnstok

appelbladroller (Pandemis heparana), vruchtbladroller, rozenbladroller, bladetende rupsen

Mospilan 20 SP toepassen samen met hulpstof Slippa. 
Maximale/aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing:
Mospilan 20 SP 0,2 kg/ha + Slippa 0,2 l/ha.
Aantal behandelingen: 2.
Interval tussen behandelingen: minimaal 7-10 dagen

Aanbevolen hoeveelheid water: 200-750 l/ha.
Aanbevolen bespuiting: middelgrote druppels

middel toepassen vanaf het uitkomen van jonge larven, d.w.z. van stadium eerste blad tot einde rijping van vruchten (BBCH 11-89).

wijnstok

bladluizen

Mospilan 20 SP toepassen samen met hulpstof Slippa. 
Maximale/aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing:
Mospilan 20 SP 0,2 kg/ha + Slippa 0,2 l/ha.
Aantal behandelingen: 1.

Aanbevolen hoeveelheid water: 200-750 l/ha.
Aanbevolen bespuiting: middelgrote druppels

middel toepassen na het verschijnen van de eerste bladluizenkolonies, d.w.z. van stadium eerste blad tot einde rijping van vruchten (BBCH 11-89). 

wijnstok

rozenkever

Maximale/aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,2 kg/ha.
Aantal behandelingen: 1.

Aanbevolen hoeveelheid water: 200-750 l/ha.
Aanbevolen bespuiting: middelgrote druppels

middel toepassen van stadium volle bloei tot einde rijping van vruchten (BBCH 65-89).

blauwe bes

appelbladroller (Pandemis heparana), vruchtbladroller, rozenbladroller en andere bladrollers en andere jonge bladetende rupsen

Mospilan 20 SP toepassen samen met hulpstof Slippa. 
Maximale/aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing:
Mospilan 20 SP 0,2 kg/ha + Slippa 0,2 l/ha.
Aantal behandelingen: 2.
Interval tussen behandelingen: minimaal 7-10 dagen

Aanbevolen hoeveelheid water: 200-750 l/ha.
Aanbevolen bespuiting: middelgrote druppels

middel toepassen vanaf het uitkomen van jonge larven, d.w.z. van stadium eerste blad tot einde rijping van vruchten (BBCH 11-89).

blauwe bes

bladluizen

Mospilan 20 SP toepassen samen met hulpstof Slippa. 
Maximale/aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing:
Mospilan 20 SP 0,2 kg/ha + Slippa 0,2 l/ha.
Aantal behandelingen: 1.

Aanbevolen hoeveelheid water: 200-750 l/ha.
Aanbevolen bespuiting: middelgrote druppels

middel toepassen na het verschijnen van de eerste bladluizenkolonies, d.w.z. van stadium eerste blad tot einde rijping van vruchten (BBCH 11-89).

blauwe bes

rozenkever

Maximale/aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,2 kg/ha.
Aantal behandelingen: 1

Aanbevolen hoeveelheid water: 200-750 l/ha.
Aanbevolen bespuiting: middelgrote druppels

middel toepassen van stadium volle bloei tot einde rijping 
van vruchten (BBCH 65-89).

blauwe bes

bosbesgalmug

Maximale/aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,2 kg/ha.
Aantal behandelingen: 2.
Interval tussen behandelingen: minimaal 10 - 14 dagen.

Aanbevolen hoeveelheid water: 200-750 l/ha.
Aanbevolen bespuiting: middelgrote druppels

middel toepassen na het zien van de eerste bladbeschadigingen van 
einde bloeistadium tot einde rijping van vruchten (BBCH 69-89). 

framboos

bladluizen, vruchtbladroller, rozenbladroller en andere bladrollers en andere jonge bladetende rupsen

Mospilan 20 SP toepassen samen met hulpstof Slippa: 
Maximale/aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 
Mospilan 20 SP 0,2 kg/ha + Slippa 0,2 l/ha.
Aantal behandelingen: 2.
Interval tussen behandelingen: minimaal 7-10 dagen. 

Aanbevolen hoeveelheid water: 200-750 l/ha.
Aanbevolen bespuiting: middelgrote druppels. 

middel toepassen vanaf het uitkomen van jonge larven, d.w.z. van stadium eerste blad tot einde bloei (BBCH 11-69).

framboos

frambozenmot

Maximale/aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,2 kg/ha.
Aantal behandelingen: 1. 

Aanbevolen hoeveelheid water: 200-750 l/ha.
Aanbevolen bespuiting: middelgrote druppels. 

middel toepassen in het stadium van knopbreuk (BBCH 56-59). 

framboos

aardbeibloesemkever, frambozenkever

Maximale/aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,2 kg/ha.
Aantal behandelingen: 2.
Interval tussen behandelingen: minimaal 10-14 dagen. 

Aanbevolen hoeveelheid water: 200-750 l/ha.
Aanbevolen bespuiting: middelgrote druppels. 

middel toepassen bij het verschijnen van kevers, voor de bloei, wanneer bloemknoppen losser worden (BBCH 51-59). 

framboos

frambozenschorsgalmug

Maximale/aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,2 kg/ha.
Aantal behandelingen: 2.
Interval tussen behandelingen: minimaal 7-10 dagen.

Aanbevolen hoeveelheid water: 200-750 l/ha.
Aanbevolen bespuiting: middelgrote druppels. 

middel toepassen tijdens de vlucht van vliegen, van stadium eerste blad tot stadium waarin scheuten ongeveer 90% van de typische lengte bereiken of na de oogst (BBCH 11-39 of BBCH boven 89). Goed de onderkant van de scheuten bespuiten. 

framboos

frambozenwespvlinder

Maximale/aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,2 kg/ha.
Aantal behandelingen: 2.
Interval tussen behandelingen: minimaal 14 dagen

Aanbevolen hoeveelheid water: 200-750 l/ha.
Aanbevolen bespuiting: middelgrote druppels. 

middel toepassen na de oogst (BBCH boven 89). 

zwarte bes, rode bes, witte bes

bladluizen, vruchtbladroller, rozenbladroller en andere bladrollers en andere jonge bladetende rupsen

Mospilan 20 SP toepassen samen met hulpstof Slippa. 
Maximale/aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 
Mospilan 20 SP 0,2 kg/ha + Slippa 0,2 l/ha.
Aantal behandelingen: 2.
Interval tussen behandelingen: minimaal 7-10 dagen.

Aanbevolen hoeveelheid water: 200-750 l/ha.
Aanbevolen bespuiting: middelgrote druppels. 

middel toepassen vanaf het uitkomen van jonge larven, d.w.z. van stadium eerste blad tot einde bloei (BBCH 11-69).

zwarte bes, rode bes, witte bes

bessenknopmot

Maximale/aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,2 kg/ha.
Aantal behandelingen: 2.
Interval tussen behandelingen: minimaal 7-10 dagen.

Aanbevolen hoeveelheid water: 200-750 l/ha.
Aanbevolen bespuiting: middelgrote druppels. 

middel toepassen in stadium bloeiwijzeontwikkeling (BBCH 51-59)

zwarte bes, rode bes, witte bes

bessenbladgalmug

Maximale/aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,2 kg/ha.
Aantal behandelingen: 2.
Interval tussen behandelingen: minimaal 10-14 dagen.

Aanbevolen hoeveelheid water: 200-750 l/ha.
Aanbevolen bespuiting: middelgrote druppels. 

middel toepassen in stadium bloeiwijzeontwikkeling (BBCH 51-59).

zwarte bes, rode bes, witte bes

bessenzaagwesp

Maximale/aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,2 kg/ha.
Aantal behandelingen: 2.
Interval tussen behandelingen: minimaal 10-14 dagen.

Aanbevolen hoeveelheid water: 200-750 l/ha.
Aanbevolen bespuiting: middelgrote druppels. 

middel toepassen van begin bloei wanneer ongeveer 10% van de bloemen geopend is tot einde bloei, d.w.z. wanneer alle bloemblaadjes zijn gevallen (BBCH 61-69). 

zwarte bes, rode bes, witte bes

bessenglasvlinder

Maximale/aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,2 kg/ha.
Aantal behandelingen: 1.

Aanbevolen hoeveelheid water: 200-750 l/ha.
Aanbevolen bespuiting: middelgrote druppels. 

middel toepassen tijdens intensieve vluchten van motten, van stadium verwelking bloemen tot einde bloei, d.w.z. wanneer alle bloemblaadjes zijn gevallen (BBCH 67-69). 

kruisbes

bladluizen, vruchtbladroller, rozenbladroller en andere bladrollers en andere jonge bladetende rupsen

Mospilan 20 SP toepassen samen met hulpstof Slippa: 
Maximale/aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 
Mospilan 20 SP 0,2 kg/ha + Slippa 0,2 l/ha.
Aantal behandelingen: 2.
Interval tussen behandelingen: minimaal 7-10 dagen. 

Aanbevolen hoeveelheid water: 200-750 l/ha.
Aanbevolen bespuiting: middelgrote druppels. 

middel toepassen vanaf het uitkomen van jonge larven, d.w.z. van stadium eerste blad tot einde bloei (BBCH 11-69).

kruisbes

bessenglasvlinder

Maximale/aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,2 kg/ha.
Aantal behandelingen: 1.

Aanbevolen hoeveelheid water: 200-750 l/ha.
Aanbevolen bespuiting: middelgrote druppels. 

middel toepassen tijdens intensieve vluchten van motten, van stadium verwelking bloemen tot einde bloei, d.w.z. wanneer alle bloemblaadjes zijn gevallen (BBCH 67-69). 

paprika

tripsen

Mospilan 20 SP toepassen samen met hulpstof Slippa:
Maximale/aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing:
Mospilan 20 SP 0,2 kg/ha + Slippa 0,2 l/ha.
Aantal behandelingen: 3.
Interval tussen behandelingen: minimaal 7-10 dagen.

Aanbevolen hoeveelheid water: 200 - 500 l/ha.
Aanbevolen bespuiting: middelgrote druppels

middel toepassen van stadium duidelijk ontwikkeld eerste blad tot stadium volle bloei. (BBCH 11-69).

paprika

bladluizen

Maximale/aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,2 kg/ha.
Aantal behandelingen: 1.

Aanbevolen hoeveelheid water: 200 - 500 l/ha.
Aanbevolen bespuiting: middelgrote druppels

middel toepassen bij het verschijnen van de eerste bladluizenkolonies, van stadium duidelijk ontwikkeld eerste blad tot einde stadium wanneer 40% van de vruchten de typische kleur bereikt (BBCH 11-84). 

paprika

blindwantsen (Lygus)

Maximale/aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,2 kg/ha.
Aantal behandelingen: 1.
Aanbevolen hoeveelheid water: 200 - 500 l/ha.
Aanbevolen bespuiting: middelgrote druppels

middel toepassen bij het verschijnen van de plaag, van stadium duidelijk ontwikkeld eerste blad tot einde stadium wanneer vruchten de typische kleur hebben (BBCH 11-89).

pompoen, meloen, watermeloen

tripsen

Mospilan 20 SP toepassen samen met hulpstof Slippa:
Maximale/aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing:
Mospilan 20 SP 0,2 kg/ha + Slippa 0,2 l/ha.
Aantal behandelingen: 3.
Interval tussen behandelingen: minimaal 7-10 dagen.

middel toepassen bij het verschijnen van de plaag, van stadium duidelijk ontwikkeld eerste blad tot stadium volle bloei (BBCH 11-69).

pompoen, meloen, watermeloen

blindwantsen (Lygus)

Maximale/aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,2 kg/ha.
Aantal behandelingen: 1.
Aanbevolen hoeveelheid water: 200 - 500 l/ha.
Aanbevolen bespuiting: middelgrote druppels 

middel toepassen bij het verschijnen van de plaag, van stadium duidelijk ontwikkeld eerste blad tot stadium volle bloei (BBCH 11-69).

komkommer

tripsen

Maximale/aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing:
Mospilan 20 SP 0,2 kg/ha + Slippa 0,2 l/ha.
Aantal behandelingen: 3.
Interval tussen behandelingen: minimaal 7-10 dagen

Aanbevolen hoeveelheid water: 200 - 500 l/ha.
Aanbevolen bespuiting: middelgrote druppels 

middel toepassen bij het verschijnen van de plaag, van stadium duidelijk ontwikkeld eerste blad tot stadium volle bloei (BBCH 11-69). 

komkommer

bonenvlieg, bodemvlieg (Delia florilega)

Maximale/aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,2 kg/ha.
Aantal behandelingen: 2.
Interval tussen behandelingen: minimaal 10 dagen.

Aanbevolen hoeveelheid water: 200 - 500 l/ha.
Aanbevolen bespuiting: middelgrote druppels 

middel toepassen van stadium waarbij de kiembladeren boven de bodem komen tot einde stadium waarbij het eerste echte blad aan de hoofdsteel volledig ontwikkeld is (BBCH 09-11).

komkommer

blindwantsen (Lygus)

Maximale/aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,2 kg/ha.
Aantal behandelingen: 1.
Aanbevolen hoeveelheid water: 200 - 500 l/ha.
Aanbevolen bespuiting: middelgrote druppels 

middel toepassen bij het verschijnen van de plaag, van stadium duidelijk ontwikkeld eerste blad tot stadium waarbij 9 of meer vruchten aan de hoofdsteel de typische vorm en grootte hebben bereikt (BBCH 11-79).

knoflook

bonenvlieg, uienvlieg, bodemvlieg (Delia florilega)

Maximale/aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,2 kg/ha.
Aantal behandelingen: 2.
Interval tussen behandelingen: minimaal 10 dagen.
Aanbevolen hoeveelheid water: 200 - 500 l/ha.
Aanbevolen bespuiting: middelgrote druppels

middel toepassen van stadium waarbij het eerste echte blad aan de hoofdsteel volledig ontwikkeld is tot stadium waarbij het 5e blad duidelijk ontwikkeld is (BBCH 11-15).

sla

bladluizen

Maximale/aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,2 kg/ha.
Aanbevolen hoeveelheid water: 200 - 500 l/ha.
Aanbevolen bespuiting: middelgrote druppels

middel toepassen bij het verschijnen van de eerste bladluizenkolonies, van stadium duidelijk ontwikkeld eerste blad tot einde stadium wanneer de krop 80% van de typische grootte heeft bereikt (BBCH 11-48).

spinazie

bladluizen

Maximale/aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,2 kg/ha.
Aantal behandelingen: 1.

Aanbevolen hoeveelheid water: 200 - 500 l/ha.
Aanbevolen bespuiting: middelgrote druppels

middel toepassen bij het verschijnen van de eerste bladluizenkolonies, van stadium duidelijk ontwikkeld eerste blad tot einde stadium wanneer 80% van het bladgewicht is bereikt (BBCH 11-48)

spinazie

bonenvlieg, uienvlieg, koolvlieg, bodemvlieg (Delia florilega)

Maximale/aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,2 kg/ha.
Aantal behandelingen: 2.
Interval tussen behandelingen: minimaal 10 dagen.

Aanbevolen hoeveelheid water: 200 - 500 l/ha.
Aanbevolen bespuiting: middelgrote druppels

middel toepassen bij het verschijnen van de plaag van stadium duidelijk ontwikkeld eerste blad tot het moment van vorming van eetbare plantendelen (BBCH 11-39). 

tuinboon

tuinbonenkever

Maximale/aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,2 kg/ha.
Aantal behandelingen: 2.
Interval tussen behandelingen: minimaal 10 dagen.

Aanbevolen hoeveelheid water: 200 - 500 l/ha.
Aanbevolen bespuiting: middelgrote druppels

middel toepassen van stadium volle bloei tot einde stadium wanneer 50% van de peulen de typische lengte bereikt (BBCH 65-75) 

tuinboon

bonenvlieg, bodemvlieg (Delia florilega)

Maximale/aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,2 kg/ha.
Aantal behandelingen: 2.
Interval tussen behandelingen: minimaal 10 dagen.

Aanbevolen hoeveelheid water: 200 - 500 l/ha.
Aanbevolen bespuiting: middelgrote druppels

middel toepassen bij het verschijnen van de plaag, van stadium waarbij het eerste echte blad aan de hoofdsteel volledig ontwikkeld is tot einde stadium waarbij de eerste twee echte bladeren ontwikkeld zijn (BBCH 11 – 12).

erwt

erwtenkever

Maximale/aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,2 kg/ha.
Aantal behandelingen: 2.
Interval tussen behandelingen: minimaal 10 dagen.

Aanbevolen hoeveelheid water: 200 - 500 l/ha.
Aanbevolen bespuiting: middelgrote druppels

middel toepassen van begin bloei tot einde stadium wanneer 50% van de peulen de typische lengte bereikt (BBCH 61-75). 

erwt

bonenvlieg, bodemvlieg (Delia florilega)

Maximale/aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,2 kg/ha.
Aantal behandelingen: 2.
Interval tussen behandelingen: minimaal 10 dagen.

Aanbevolen hoeveelheid water: 200 - 500 l/ha.
Aanbevolen bespuiting: middelgrote druppels

middel toepassen bij het verschijnen van de plaag, van stadium waarbij het eerste echte blad aan de hoofdsteel volledig ontwikkeld is tot einde stadium waarbij de eerste twee echte bladeren ontwikkeld zijn (BBCH 11-12).

erwt

erwtentrips, tabakstrips

Mospilan 20 SP toepassen samen met hulpstof Slippa:
Maximale/aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing:
Mospilan 20 SP 0,2 kg/ha + Slippa 0,2 l/ha.
Aantal behandelingen: 3.
Interval tussen behandelingen: 7-10 dagen.

Aanbevolen hoeveelheid water: 200 - 500 l/ha.
Aanbevolen bespuiting: middelgrote druppels

middel toepassen bij het verschijnen van de plaag, van stadium eerste goed ontwikkeld blad tot einde bloei (BBCH 11-69). 

boon

bonenkever

Maximale/aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,2 kg/ha.
Aantal behandelingen: 2.
Interval tussen behandelingen: minimaal 10 dagen

Aanbevolen hoeveelheid water: 200 - 500 l/ha.
Aanbevolen bespuiting: middelgrote druppels.

middel toepassen bij het verschijnen van de plaag, van stadium waarbij 50% van de peulen de typische lengte bereikt tot einde stadium volledige rijpheid van peulen (harde zaden) (BBCH 75-89).

boon

bonenvlieg, bodemvlieg (Delia florilega)

Maximale/aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,2 kg/ha.
Aantal behandelingen: 2.
Interval tussen behandelingen: minimaal 10 dagen. 

Aanbevolen hoeveelheid water: 200 - 500 l/ha.
Aanbevolen bespuiting: middelgrote druppels.

middel toepassen bij het verschijnen van de plaag, van stadium waarbij het eerste echte blad aan de hoofdsteel volledig ontwikkeld is tot einde stadium waarbij de eerste twee echte bladeren ontwikkeld zijn (BBCH 11-12).

boon

erwtentrips, tabakstrips

Mospilan 20 SP toepassen samen met hulpstof Slippa:
Maximale/aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing:
Mospilan 20 SP 0,2 kg/ha + Slippa 0,2 l/ha.
Aantal behandelingen: 3.
Interval tussen behandelingen: 7-10 dagen. 

Aanbevolen hoeveelheid water: 200 - 500 l/ha.
Aanbevolen bespuiting: middelgrote druppels.

middel toepassen bij het verschijnen van de plaag, van stadium eerste goed ontwikkeld blad tot einde bloei (BBCH 11-69). 

boon

blindwantsen (Lygus)

Maximale/aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,2 kg/ha.
Aantal behandelingen: 1.

Aanbevolen hoeveelheid water: 200 - 500 l/ha.
Aanbevolen bespuiting: middelgrote druppels.


middel toepassen van stadium wanneer de eerste bloemen open zijn tot stadium wanneer 60% van de peulen de typische lengte heeft bereikt (BBCH 60 – 76). 

rode biet

bietenaardvlo, bietenkevertje

Maximale/aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,2 kg/ha.

Aanbevolen hoeveelheid water: 200 - 500 l/ha.
Aanbevolen bespuiting: middelgrote druppels.
Maximaal aantal behandelingen per groeiseizoen: 1. 

middel toepassen bij het verschijnen van de eerste plagen, van stadium waarbij het eerste paar nog niet ontwikkelde bladeren zichtbaar is tot stadium 9 echte bladeren (BBCH 11-19).

prei

uiensnuitkever, jonge rupsen van de preimot

Maximale/aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,2 kg/ha.
Aantal behandelingen: 3.
Interval tussen behandelingen: minimaal 7 dagen

Aanbevolen hoeveelheid water: 200 - 500 l/ha.
Aanbevolen bespuiting: middelgrote druppels.

middel toepassen bij het verschijnen van de plaag vanaf stadium 1 echt blad, niet later dan tot het bereiken van de helft van het beoogde gewicht van de groente (BBCH 
11-48).

prei

tripsen

Mospilan 20 SP toepassen samen met hulpstof Slippa:
Maximale/aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing:
Mospilan 20 SP 0,2 kg/ha + Slippa 0,2 l/ha.
Aantal behandelingen: 3.
Interval tussen behandelingen: minimaal 7-10 dagen. 

Aanbevolen hoeveelheid water: 200 - 500 l/ha.
Aanbevolen bespuiting: middelgrote druppels.

middel toepassen van stadium eerste goed ontwikkeld blad tot einde stadium wanneer groei is voltooid, lengte en diameter van de stengel typisch voor het ras (BBCH 11 – 49). 

prei

bonenvlieg, bodemvlieg (Delia florilega)

Maximale/aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,2 kg/ha.
Aantal behandelingen: 2.
Interval tussen behandelingen: minimaal 10 dagen.

Aanbevolen hoeveelheid water: 200 - 500 l/ha.
Aanbevolen bespuiting: middelgrote druppels.

bij preiteelt uit zaad middel toepassen van stadium waarbij het eerste echte blad aan de hoofdsteel volledig ontwikkeld is tot einde stadium waarbij het derde blad duidelijk ontwikkeld is (BBCH 11-13). 

ui

uiensnuitkever, jonge rupsen van de preimot

Maximale/aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,2 kg/ha.
Aantal behandelingen: 3.
Interval tussen behandelingen: minimaal 7 dagen

Aanbevolen hoeveelheid water: 200 - 500 l/ha.
Aanbevolen bespuiting: middelgrote druppels. 

middel toepassen bij het verschijnen van de plaag, van stadium 1 echt blad, niet later dan tot het bereiken van de helft van het beoogde gewicht van de groente (BBCH 
11-48). 

ui

tripsen

Mospilan 20 SP toepassen samen met hulpstof Slippa:
Maximale/aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing:
Mospilan 20 SP 0,2 kg/ha + Slippa 0,2 l/ha.
Aantal behandelingen: 3.
Interval tussen behandelingen: minimaal 7-10 dagen.

Aanbevolen hoeveelheid water: 200 - 500 l/ha.
Aanbevolen bespuiting: middelgrote druppels. 

middel toepassen bij het verschijnen van de plaag, van stadium goed ontwikkeld blad tot einde stadium wanneer 50% van de bladeren van de plant buigt (BBCH 11-48).

ui

bonenvlieg, bodemvlieg (Delia florilega)

Maximale/aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,2 kg/ha.
Aantal behandelingen: 2.
Interval tussen behandelingen: minimaal 10 dagen. 

Aanbevolen hoeveelheid water: 200 - 500 l/ha.
Aanbevolen bespuiting: middelgrote druppels. 

middel toepassen bij het verschijnen van de plaag van stadium waarbij het eerste echte blad aan de hoofdsteel volledig ontwikkeld is tot einde stadium waarbij het 5e blad duidelijk ontwikkeld is (BBCH 11-15).

sluitkool

aardvlooien, koolstengelsnuitkever, grote koolstengelsnuitkever, raapbladwesp

Maximale/aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,2 kg/ha.
Aantal behandelingen: 2.
Interval tussen behandelingen: minimaal 7-10 dagen.

Aanbevolen hoeveelheid water: 200 - 500 l/ha.
Aanbevolen bespuiting: middelgrote druppels

middel toepassen bij het verschijnen van de plaag of na het waarnemen van schade, van stadium 3 bladeren tot stadium waarbij 80% van het beoogde gewicht van de krop is bereikt (BBCH 13-48).

sluitkool

tripsen

Mospilan 20 SP toepassen samen met hulpstof Slippa:
Maximale/aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing:
Mospilan 20 SP 0,2 kg/ha + Slippa 0,2 l/ha.
Aantal behandelingen: 3.
Interval tussen behandelingen: minimaal 7-10 dagen.

Aanbevolen hoeveelheid water: 200 - 500 l/ha.
Aanbevolen bespuiting: middelgrote druppels

Toepassingstijdstip: middel toepassen bij het verschijnen van de plaag, van stadium eerste goed ontwikkeld blad tot stadium wanneer de kroppen de typische grootte, vorm en hardheid bereiken (BBCH 11-49).

spruitkool, Chinese kool

tripsen

Maximale/aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing:
Mospilan 20 SP 0,2 kg/ha + Slippa 0,2 l/ha.
Aantal behandelingen: 3.
Interval tussen behandelingen: minimaal 7-10 dagen.

Aanbevolen hoeveelheid water: 200 - 500 l/ha.
Aanbevolen bespuiting: middelgrote druppels

middel toepassen bij het verschijnen van de plaag, van stadium eerste 
goed ontwikkeld blad tot stadium wanneer de kroppen de typische grootte, vorm en hardheid bereiken (BBCH 11-49).

spruitkool, Chinese kool

aardvlooien, koolstengelsnuitkever, grote koolstengelsnuitkever, raapbladwesp

Maximale/aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,2 kg/ha.
Aantal behandelingen: 2.
Interval tussen behandelingen: minimaal 7-10 dagen. 

Aanbevolen hoeveelheid water: 200 - 500 l/ha.
Aanbevolen bespuiting: middelgrote druppels

middel toepassen bij het verschijnen van de plaag of na het waarnemen van schade, van stadium 3 bladeren tot stadium waarbij 80% van het beoogde gewicht van de krop (Chinese kool) of 80% van de sterk gesloten vertakkingen (spruitkool) is bereikt (BBCH 13-48). 

spruitkool, Chinese kool

koolvlieg

Maximale/aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,2 kg/ha.
Aantal behandelingen: 2.
Interval tussen behandelingen: minimaal 10 dagen. 

Aanbevolen hoeveelheid water: 200 - 500 l/ha.
Aanbevolen bespuiting: middelgrote druppels

middel toepassen bij het verschijnen van de plaag, van stadium eerste goed ontwikkeld blad tot einde stadium 5 blad (BBCH 11-15).

spruitkool, Chinese kool

bladluizen

Maximale/aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,2 kg/ha.
Aantal behandelingen: 1.

Aanbevolen hoeveelheid water: 200 - 500 l/ha.
Aanbevolen bespuiting: middelgrote druppels

middel toepassen bij het verschijnen van de eerste bladluizenkolonies, van 
stadium eerste goed ontwikkeld blad tot stadium wanneer de kroppen de typische grootte, vorm en hardheid bereiken (BBCH 11-49). 

tomaat

bladluizen

Maximale/aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,2 kg/ha.
Aantal behandelingen: 1.
Aanbevolen hoeveelheid water: 200 - 500 l/ha.
Aanbevolen bespuiting: middelgrote druppels.

middel toepassen bij het verschijnen van de eerste bladluizenkolonies, van stadium duidelijk ontwikkeld eerste blad tot einde stadium wanneer 50% van de vruchten de typische kleur bereikt (BBCH 11-85).

bleekselderij, snijselderij

selderijvlieg, wortelvlieg, blindwantsen (Lygus)

Maximale en aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,2 kg/ha.
Aantal behandelingen: 2.
Interval tussen behandelingen: minimaal 7-10 dagen.
Aanbevolen hoeveelheid water: 200 - 500 l/ha.
Aanbevolen bespuiting: middelgrote druppels.

middel toepassen van stadium duidelijk ontwikkeld eerste blad tot einde 
stadium ontwikkeling van te oogsten plantendelen (BBCH 11-49).

bloemkool, broccoli

koolvlieg, aardvlooien, koolstengelsnuitkever, grote koolstengelsnuitkever, bladluizen, raapbladwesp

Maximale/aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,2 kg/ha.
Aantal behandelingen: 2.
Interval tussen behandelingen: minimaal 7-10 dagen.

Aanbevolen hoeveelheid water: 200 - 500 l/ha.
Aanbevolen bespuiting: middelgrote druppels

middel toepassen bij het verschijnen van de plaag of na het waarnemen van schade, van stadium 3 bladeren tot stadium waarbij 80% van het beoogde gewicht van de krop is bereikt (BBCH 13-48). 

komkommer, tomaat, paprika, aubergine, sla

kaswittevlieg, tabakstrips, Californische trips, mineervliegen, bladluizen, blindwantsen (Lygus), aardvlooien

Maximale/aanbevolen concentratie voor eenmalige toepassing: 0,04% d.w.z. 4 g middel in 10 liter water.
Maximaal aantal behandelingen per groeiseizoen: 2.
Interval tussen behandelingen: minimaal 7-10 dagen. 

Middel toepassen met handspuiten.
Aanbevolen hoeveelheid water bij groenteteelt met handspuiten: 
300-2000 l/ha (3-20 l/100 m2).
Aanbevolen bespuiting: middelgrote druppels.

middel toepassen na het optreden van de plaag, ongeacht het ontwikkelingsstadium van het gewas (BBCH 11-89).

sierplanten

witte vlieg, Californische trips, tabakstrips, mineervliegen, bladluis, schildluizen, blindwantsen (Lygus)

Maximaal aanbevolen concentratie voor eenmalige toepassing: 0,04% d.w.z. 4 g middel in 10 liter water.
Aanbevolen concentratie voor eenmalige toepassing: 0,04% d.w.z. 4 g middel in 10 liter water.

Maximaal aantal behandelingen per groeiseizoen: 2.
Interval tussen behandelingen: minimaal 7-10 dagen. 

Middel toepassen met handspuiten.
Aanbevolen hoeveelheid water bij sierplanten met handspuiten:
300-2000 l/ha (3-20 l/100 m2). 

bespuiten na het optreden van de plaag, ongeacht het ontwikkelingsstadium van het gewas. 

sierplanten

buxusmot

Maximaal/aanbevolen concentratie voor eenmalige toepassing: 0,04% d.w.z. 4 g middel in 10 liter water.
Maximaal aantal behandelingen per groeiseizoen: 2. Interval tussen behandelingen: minimaal 7-10 dagen.
Middel toepassen met handspuiten.
Aanbevolen hoeveelheid water bij sierplanten met handspuiten: 300- 2000 
l/ha (3-20 l/100 m2).
Bij hoge plaagdruk kan hulpstof Slippa worden toegevoegd in de hoeveelheid:
Mospilan 20 SP in concentratie 0,04% + Slippa 0,05% d.w.z. 4 g Mospilan 20 SP en 5 ml Slippa in 10 liter water.

Bespuiten na het optreden van de plaag, ongeacht het ontwikkelingsstadium van het gewas.

BOSBOOMKWEKERIJEN VAN NAALD- EN LOOFBOMEN EN -STRUIKEN EN BOSAANPLANT.

bladluizen

Maximale/aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,2 kg/ha.
Maximaal aantal behandelingen per groeiseizoen: 2.
Interval tussen behandelingen: minimaal 10-14 dagen.
Aanbevolen hoeveelheid water: 200-400 l/ha.
Aanbevolen bespuiting: middelgrote druppels 

Behandeling uitvoeren na het verschijnen van de eerste bladluizenkolonies.

BOSBOOMKWEKERIJEN VAN NAALD- EN LOOFBOMEN EN -STRUIKEN

springstaarten

Maximale/aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,2 kg/ha. 
Maximaal aantal behandelingen per groeiseizoen: 2.
Interval tussen behandelingen: minimaal 10-14 dagen.
Aanbevolen hoeveelheid water: 500 l/ha.
Aanbevolen bespuiting: middelgrote druppels.

Behandeling uitvoeren na het verschijnen van plagen.

ZAADGAARDEN VAN FIJNSPAR

springstaarten

Maximale/aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,25 kg/ha. 
Maximaal aantal behandelingen per groeiseizoen: 2.
Interval tussen behandelingen: minimaal 10-14 dagen. 

Aanbevolen hoeveelheid water: 300 l/ha.
Aanbevolen bespuiting: middelgrote druppels.

Eerste behandeling uitvoeren in de tweede decade van april, tweede behandeling in de eerste decade van mei. 

ZAADGAARDEN VAN LARIKS

lariksmineermot

Maximale dosering voor eenmalige toepassing: 0,25 kg/ha.
Aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,25 kg/ha.
Maximaal aantal behandelingen per groeiseizoen: 2.
Interval tussen behandelingen: 10-14 dagen.
Aanbevolen hoeveelheid water: 300 l/ha.
Aanbevolen bespuiting: middelgrote druppels.

Behandeling uitvoeren vroeg in het voorjaar tijdens de ontwikkeling van jonge lariksnaalden of in de eerste-tweede decade van juni, tijdens het uitkomen van rupsen uit eieren.

ENERGIEGEWASSEN / Wilg

Bladluizen, bladkevers van populier en wilg (diverse soorten), wilgengalmuggen

Maximale/aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,2 kg/ha. Maximaal aantal 
behandelingen per groeiseizoen: 2.
Interval tussen behandelingen: minimaal 10-21dagen.
Aanbevolen hoeveelheid water: 200-750 l/ha. 
Aanbevolen bespuiting: middelgrote druppels. 

Toepassen bij het verschijnen van de plaag, van stadium eerste blad tot einde bloei (BBCH 11-69). Eerste behandeling bij voorkeur in de tweede decade van april, tweede behandeling in mei

BOSSEN (toepassing vanuit de lucht)

nonvlinder

Maximale/aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,15 kg/ha.
Aantal behandelingen: 1.
Aanbevolen hoeveelheid spuitvloeistof bij luchtvaartbehandelingen: 3,0 l/ha.
Preparaat toepassen samen met hulpstof Ikar 95 EC in dosering: 
Mospilan 20 SP 0,15 kg/ha + Ikar 95 EC 1,0 l/ha + 2,0 l/ha water.

Behandeling uitvoeren in stadium I –III van rupsen van de plaag.

BOSSEN (toepassing vanuit de lucht)

meikevers

Maximale/aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,4 kg/ha.
Aantal behandelingen: 1.
Aanbevolen hoeveelheid spuitvloeistof bij luchtvaartbehandelingen: 5,0 l/ha.
Preparaat toepassen samen met hulpstof Ikar 95 EC in dosering: Mospilan 20 SP 0,4 kg/ha + Ikar 
95 EC 1,0 l/ha + 4,0 l/ha water. 

Behandeling uitvoeren tijdens de keverzwerm.

BOSSEN (toepassing vanuit de lucht)

zilversparbladrollers

Maximale/aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,4 kg/ha.
Aantal behandelingen: 1.
Aanbevolen hoeveelheid spuitvloeistof bij luchtvaartbehandelingen: 10,0 l/ha.
Preparaat toepassen samen met hulpstof Ikar 95 EC in dosering: Mospilan 20 SP 0,4 kg/ha + Ikar 
95 EC 3,0 l/ha + 7,0 l/ha water. 

Behandeling uitvoeren wanneer de meeste populatie in stadium I-II van rupsen van de plaag is.

BOSSEN (toepassing vanuit de lucht)

dennenspinner

Maximale dosering voor eenmalige toepassing: 0,3 kg/ha.
Aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,25 – 0,3 kg/ha.
Aantal behandelingen: 1.
Hogere dosering toepassen bij oudere rupsenstadia.
Aanbevolen hoeveelheid spuitvloeistof bij luchtvaartbehandelingen: 3,0 l/ha.
Preparaat toepassen samen met hulpstof Ikar 95 EC in dosering: 
Mospilan 20 SP 0,25 – 0,3 kg/ha + Ikar 95 EC 1,0 l/ha + 2,0 l/ha water

Behandeling uitvoeren wanneer de meeste populatie in stadium II - III van rupsen van de plaag is.

BOSSEN (toepassing vanuit de lucht)

dennenbladwespen

Maximale/aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,25 kg/ha.
Aantal behandelingen: 1.
Aanbevolen hoeveelheid spuitvloeistof bij luchtvaartbehandelingen: 3,0 l/ha.
Preparaat toepassen samen met hulpstof Ikar 95 EC in dosering: Mospilan 20 SP 0,25 kg/ha + 
Ikar 95 EC 1,0 l/ha + 2,0 l/ha water.
Maximaal aantal behandelingen per groeiseizoen: 1.

Behandeling uitvoeren wanneer de meeste populatie in stadium I - II van larven van de plaag is.

BOSSEN (toepassing vanuit de lucht)

dennenspinselbladwesp

Maximale/aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,4 kg/ha.
Aantal behandelingen: 1.
Aanbevolen hoeveelheid spuitvloeistof bij luchtvaartbehandelingen: 3,0 l/ha.
Preparaat toepassen samen met hulpstof Ikar 95 EC in dosering: Mospilan 20 SP 0,4 kg/ha + 
Ikar 95 EC 1,0 l/ha + 2,0 l/ha water.

Behandeling uitvoeren wanneer de meeste populatie in stadium I - II van larven van de plaag is.

BOSSEN (toepassing met grondapparatuur)

Lariksappelvlieg

Maximale/aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,2 kg/ha.
Aantal behandelingen: 2.
Interval tussen behandelingen: minimaal 7-14 dagen.
Aanbevolen hoeveelheid spuitvloeistof bij grondbehandelingen: 300 l/ha.
Preparaat toepassen samen met hulpstof Superam 10 AL in dosering: 
Mospilan 20 SP 0,2 kg/ha + hulpstof Superam 10 AL - 0,3 l/ha + 300 l/ha water.

Eerste behandeling uitvoeren in de eindfase van de vlucht van de vliegen (meestal 
derde decade van april).

BOSSEN (toepassing met grondapparatuur)

meikevers

Maximale/aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,4 kg/ha.
Aantal behandelingen: 1.
Aanbevolen hoeveelheid spuitvloeistof bij grondbehandelingen: 200 l/ha.
Preparaat toepassen samen met hulpstof Ikar 95 EC in dosering: Mospilan 20 SP in dosering 0,4 
kg/ha + hulpstof Ikar 95 EC - 2,0 l/ha + 200 l/ha water. 

Behandeling uitvoeren tijdens de keverzwerm.

BOSSEN (toepassing met grondapparatuur)

dennenspinselbladwesp

Maximale/aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,4 kg/ha.
Aantal behandelingen: 1.
Aanbevolen hoeveelheid spuitvloeistof bij grondbehandelingen: 200 l/ha
Preparaat toepassen samen met hulpstof Ikar 95 EC in dosering: 
Mospilan 20 SP in dosering 0,4 kg/ha + hulpstof Ikar 95 EC - 2,0 l/ha + 200 l/ha water.

Behandeling uitvoeren in stadium I - II van larven van de plaag.

BOSSEN (toepassing met grondapparatuur)

wolluizen (Adelges)

Maximale/aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,2 kg/ha.
Aantal behandelingen: 2.
Interval tussen behandelingen: 14 - 21 dagen.
Aanbevolen hoeveelheid spuitvloeistof bij grondbehandelingen: 300 l/ha.
Preparaat toepassen samen met hulpstof Superam 10 AL in dosering: 
Mospilan 20 SP 0,2 kg/ha + hulpstof Superam 10 AL - 0,3 l/ha + 300 l/ha water

 

tabak

tabakstrips, bladluizen

Maximale/aanbevolen dosering voor eenmalige toepassing: 0,2 kg/ha.
Maximaal aantal behandelingen per groeiseizoen: 2.
Interval tussen behandelingen: minimaal 7-10 dagen.
Aanbevolen hoeveelheid water: 200-750 l/ha.
Aanbevolen bespuiting: middelgrote druppels.

middel toepassen van stadium duidelijk ontwikkeld eerste blad tot einde 
stadium wanneer 50% van de zaden rijp is (BBCH 11-85). 

Blijf met ons in contact

Eén keer per maand schrijven we over prijsverlagingen, nieuwe voorraad en behandelmomenten die je makkelijk vergeet. Genoeg om geen aanbieding te missen — en geen bericht meer.

Tekening: een tuinier en een boer met bier, de een vertelt, de ander lacht